Intoxicatie door of onttrekking van een middel Bij een intoxicatie door een middel of onttrekking van een middel kunnen symptomen optreden die ook voorkomen bij een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis. Als deze symptomen passen bij een intoxicatie of onttrekking hoeven ze niet apart te worden geclassificeerd. Wanneer men van oordeel is dat de symptomen zich boven op de gebruikelijke symptomen van intoxicatie of onttrekking voordoen en ernstig genoeg zijn om afzonderlijke aandacht te rechtvaardigen, dient in plaats van de classificatie intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel de classificatie obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie te worden toegekend, gevolgd door ofwel de specificatie ‘met begin tijdens intoxicatie’ of de specificatie ‘met begin tijdens onttrekking’.
Obsessieve-compulsieve of verwante stoornis (niet door een middel) Door het ziektebegin, het beloop en andere factoren die gepaard gaan met het middel of de medicatie in overweging te nemen, kan de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie worden onderscheiden van een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis. Bij drugs dienen er aanwijzingen te zijn uit de anamnese, het lichamelijk onderzoek of het laboratoriumonderzoek naar middelengebruik of intoxicatie. Een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie doet zich alleen voor in samenhang met een intoxicatie, maar een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis kan aan het begin van het gebruik van een middel of medicatie voorafgaan. De aanwezigheid van kenmerken die atypisch zijn voor een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis, zoals een atypische leeftijd waarop de symptomen zich voor het eerst voordoen, kan wijzen op een middelgerelateerde oorzaak. De classificatie van een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis is op zijn plaats wanneer de symptomen gedurende een aanzienlijke periode (ongeveer een maand of langer) aanhouden na het einde van de intoxicatie door een middel, of wanneer de betrokkene een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis in zijn of haar voorgeschiedenis heeft.
Obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening Wanneer de symptomen zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening (in plaats van aan de medicatie die voor de somatische aandoening wordt gebruikt), dient de classificatie ‘obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening’ te worden toegekend. De anamnese vormt doorgaans de basis voor dit oordeel. Soms is het nodig de behandeling voor de somatische aandoening te veranderen (bijvoorbeeld vervangende medicatie of stopzetting) om te kunnen vaststellen of de medicatie de oorzaak is (en in dat geval kunnen de symptomen beter door een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie worden verklaard). Wanneer de stoornis zowel aan een somatische aandoening als aan het gebruik van een middel kan worden toegeschreven, kunnen beide classificaties worden toegekend (dus ‘obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening’ en ‘obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie’). Wanneer er onvoldoende bewijs is om te kunnen bepalen of de symptomen toe te schrijven zijn aan hetzij een middel of medicatie, hetzij een somatische aandoening, of primair zijn (dus noch toe te schrijven aan een middel noch aan een somatische aandoening), is ‘andere gespecificeerde obsessieve-compulsieve of verwante stoornis’ of ‘ongespecificeerde obsessieve-compulsieve of verwante stoornis’ de aangewezen classificatie.
Delirium Wanneer de symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis zich uitsluitend in het beloop van een delirium voordoen, worden zij gezien als een bijkomend kenmerk van het delirium en worden zij niet afzonderlijk geclassificeerd.