Het hoofdkenmerk van de histrionische-persoonlijkheidsstoornis is een combinatie van pervasieve en excessieve emotionaliteit met aandachtvragend gedrag. Dit patroon begint op jongvolwassen leeftijd en is in een scala van situaties aanwezig.
Mensen met een histrionische-persoonlijkheidsstoornis voelen zich niet op hun gemak of niet gewaardeerd als ze niet in het centrum van de belangstelling staan (criterium 1). Levendig en vol dramatiek als ze vaak zijn, vestigen ze de aandacht op zichzelf, en nieuwe kennissen kunnen aanvankelijk gecharmeerd zijn door hun enthousiasme, schijnbare openheid of flirterigheid. Deze kwaliteiten verliezen echter al snel hun charme wanneer anderen merken dat deze mensen continu in het centrum van de belangstelling willen staan. Ze eisen de rol op van het stralende middelpunt. Als niet alle aandacht op hen gericht is, kunnen ze iets dramatisch doen (zoals verhalen verzinnen, een scène veroorzaken) om te zorgen dat ze weer in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Ook in hun gedrag tegenover een clinicus wordt deze behoefte zichtbaar (dit uit zich bijvoorbeeld in vleierij, cadeautjes meenemen, dramatische beschrijvingen geven van lichamelijke en psychische klachten, die bij een volgend bezoek worden vervangen door nieuwe klachten).
Het uiterlijk en het gedrag van deze mensen zijn vaak in een ongepaste mate seksueel verleidelijk of uitdagend (criterium 2). Dit gedrag is niet alleen gericht op personen voor wie de betrokkene een seksuele of romantische belangstelling heeft, maar treedt daarnaast op in een scala van sociale, beroepsmatige en professionele relaties, en gaat dan verder dan wat passend is binnen de gegeven sociale context. De emotionele expressie kan oppervlakkig zijn, met snelle wisselingen (criterium 3). Mensen met deze stoornis gebruiken voortdurend hun uiterlijk om de aandacht op zichzelf te vestigen (criterium 4). Ze zijn er overmatig mee bezig om met behulp van hun uiterlijk indruk op anderen te maken en besteden een buitensporige hoeveelheid tijd, energie en geld aan kleding en kapsels. Ze kunnen ‘hengelen’ naar complimenten over hun uiterlijk, en gemakkelijk en overmatig van streek raken door een kritische opmerking over hoe ze eruitzien of over een foto die ze als onflatteus beschouwen.
Deze mensen hebben een spreekstijl die buitensporig impressionistisch is en waarin details worden weggelaten (criterium 5). Uitgesproken meningen worden vol dramatische flair verkondigd, maar de onderliggende motivering is meestal vaag en diffuus, zonder feitelijkheden en details ter onderbouwing. Iemand met een histrionische-persoonlijkheidsstoornis kan bijvoorbeeld opmerken dat een bepaald persoon een geweldig mens is, maar kan geen specifieke voorbeelden noemen van goede eigenschappen om deze mening te onderbouwen. Zelfdramatisering, theatraliteit en overdreven uitingen van emoties zijn kenmerkend voor mensen met deze stoornis (criterium 6). Ze kunnen vrienden en kennissen in verlegenheid brengen door een overdreven publiek vertoon van emoties (bijvoorbeeld als ze een oppervlakkige kennis met overdreven enthousiasme omhelzen, onbeheerst snikken om een onbeduidende sentimentele aanleiding, of in woede ontsteken). Die emoties lijken echter te snel te kunnen worden in- en uitgeschakeld om heel doorleefd te kunnen worden gevoeld, en dat kan ertoe leiden dat andere mensen hen ervan beschuldigen dat ze deze gevoelens voorwenden.
Mensen met een histrionische-persoonlijkheidsstoornis zijn zeer suggestibel (criterium 7). Hun meningen en gevoelens worden gemakkelijk beïnvloed door andere mensen en de waan van de dag. Ze kunnen overmatig goed van vertrouwen zijn, vooral tegenover sterke gezagsfiguren, van wie ze verwachten dat zij hun problemen op wonderbaarlijke wijze kunnen oplossen. Ze hebben de neiging op hun gevoel af te gaan en kunnen binnen korte tijd ergens heel sterk van overtuigd raken. Mensen met deze stoornis beschouwen relaties vaak als hechter dan ze in werkelijkheid zijn, beschrijven bijna iedere kennis als een ‘zeer, zeer dierbare vriend’ of noemen artsen die ze slechts één of twee keer in functie hebben ontmoet bij hun voornaam (criterium 8).