De normen voor in­ter­per­soon­lijk gedrag, uiterlijk en emotionele expressiviteit variëren sterk per cultuur, gender en leeftijdsgroep. Voordat de diverse trekken (zoals emotionaliteit, ver­lei­dings­ge­drag, dramatische in­ter­per­soon­lij­ke stijl, het steeds op zoek gaan naar nieuwe prikkels, sociabel zijn, charme, snel onder de indruk zijn, neiging tot somatiseren) als onderbouwing voor de histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis worden beschouwd, is het belangrijk om na te gaan of deze trekken substantiële beperkingen of lijdensdruk veroorzaken. De aanwezigheid van een histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet worden onderscheiden van de contextuele uitdrukking van deze trekken, zoals de behoefte om aardig gevonden te worden, in reactie op de sociale druk in (vrienden)groepen waarin competitie een grote rol speelt; hierbij gaat het niet om de pervasieve en permanente trekken die overeenkomen met een per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.