Hallucinogenen bestaan uit een gevarieerde groep middelen die ondanks hun verschillende chemische structuur, waardoor zij mogelijk verschillende moleculaire mechanismen hebben, bij de gebruikers vergelijkbare veranderingen van de perceptie, stemming en cognitieve functies teweegbrengen. Onder de hallucinogenen vallen fenylalkylamines (bijvoorbeeld mescaline, DOM (2,5-dimethoxy-4-methamfetamine, ook STP genoemd) en MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine, ofwel xtc of ‘molly’);In Nederland wordt MDMA eerder tot de stimulantia gerekend. de indolamines, waaronder psilocybine (en psilocine, een metaboliet daarvan, die primair verantwoordelijk is voor de psychedelische werking van hallucinogene paddenstoelen) en dimethyltryptamine (DMT); en de ergolines, zoals lsd (lysergeenzuurdi-ethylamide) en morning-glory-zaadjes. Daarnaast zijn er allerlei andere etnobotanische bestanddelen die onder de groep hallucinogenen zijn gerangschikt, waarvan Salvia divinorum en de doornappel (jimsonweed) voorbeelden zijn. Zie voor een ander hallucinogeen, fencyclidine, de betreffende paragrafen over dat middel in dit hoofdstuk.
Cannabis en het actieve bestanddeel daarvan, delta-9-tetrahydrocannabinol (delta-9-THC) behoren niet tot de hallucinogenen. (Zie hiervoor de sectie ‘Cannabisgerelateerde stoornissen’.) Deze stoffen hebben weliswaar hallucinogene effecten, maar worden apart geclassificeerd, deels omdat zij op het gebied van de psychische en gedragseffecten significant verschillen.
Hallucinogenen worden meestal oraal ingenomen, hoewel sommige vormen worden gerookt (bijvoorbeeld DMT, salvia) of (zelden) intranasaal of per injectie worden ingenomen (bijvoorbeeld xtc). Afhankelijk van het type hallucinogeen kan de duur van de effecten variëren. Sommige middelen (bijvoorbeeld lsd, MDMA) hebben een lange halfwaardetijd en een lange werkingsduur, zodat de gebruikers uren tot dagen bezig zijn met het gebruik en/of het herstellen van de effecten van deze drugs. Andere hallucinogene drugs (zoals DMT of salvia) hebben daarentegen een korte werkingsduur. Bij herhaaldelijk gebruik treedt tolerantie op voor de hallucinogenen; hierover zijn zowel autonome als psychische effecten gerapporteerd.
Het hallucinogeen MDMA (xtc, ecstasy) heeft duidelijk herkenbare effecten doordat het zowel hallucinogene als stimulerende eigenschappen heeft. Ecstasygebruikers hebben een groter risico op het ontwikkelen van een stoornis in het gebruik dan gebruikers van andere hallucinogenen. Onder zowel adolescenten als volwassenen die ecstasy gebruiken, en ook onder gebruikers van andere hallucinogenen, zijn de criteria voor een stoornis in het gebruik van een hallucinogeen: tolerantie, gevaarlijk gebruik, gebruik ondanks emotionele of gezondheidsproblemen, het opgeven van activiteiten ten gunste van het gebruik, en veel tijd besteden aan het verkrijgen, gebruiken of herstellen van de effecten van het gebruik. Net als bij de andere middelen zijn de criteria voor een stoornis in het gebruik van een hallucinogeen in volgorde van ernst opgesteld. Aangezien een klinisch significant onttrekkingssyndroom niet consistent is gedocumenteerd bij mensen, is de diagnose onttrekkingssyndroom van een hallucinogeen niet opgenomen in dit handboek en maakt dit geen deel uit van de diagnostische criteria voor een stoornis in het gebruik van een hallucinogeen. Er kunnen echter aanwijzingen zijn van onttrekking van MDMA: bij meer dan de helft van de mensen in diverse steekproeven van ecstasygebruikers in de Verenigde Staten en daarbuiten zijn twee of meer onttrekkingssymptomen (bijvoorbeeld malaise, verstoorde eetlust, stemmingsveranderingen zoals een angstige, verlaagde of prikkelbare stemming, een slechte concentratie, slaapstoornissen) of onttrekkingsvermijding waargenomen.