Verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis)
a Inclusie: Vereist zijn intellectuele tekortkomingen die tijdens de ontwikkeling beginnen en het aanpassingsvermogen beperken, zoals blijkt uit beide volgende kenmerken.
i Tekortkomingen in het intellectuele functioneren, zoals redeneren, probleemoplossen, plannen, abstract denken, oordeelsvermogen, schools leren en ervaringsleren. Deze dienen te worden bevestigd door zowel een klinisch onderzoek als een individuele standaard-intelligentietest.
ii Beperkingen in het persoonlijkheidsfunctioneren, genormaliseerd voor het normale ontwikkelingsniveau en de sociaal-culturele normen, waardoor deelname en functioneren in één of meer van de aspecten van het dagelijkse leven worden ingeperkt. Als gevolg van deze beperkingen is blijvende ondersteuning noodzakelijk, op school, op het werk of voor het zelfstandig functioneren.
b Aanvullende kenmerken
i Ernst (zie tabel 1)
► Licht
► Matig
► Ernstig
► Zeer ernstig
c Andere mogelijkheden
i Als een kind van 5 jaar of jonger op diverse terreinen van het intellectuele functioneren niet de verwachte ontwikkelingsmijlpalen bereikt, maar bij het kind niet systematisch intelligentietesten kunnen worden afgenomen, kunt u denken aan de globale ontwikkelingsachterstand. Voor deze classificatie is uiteindelijk een hernieuwd onderzoek vereist.
ii Als iemand van 6 jaar of ouder intellectuele beperkingen vertoont die vanwege bijkomende zintuiglijke of lichamelijke beperkingen niet goed kunnen worden gekarakteriseerd, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde verstandelijke beperking. Deze classificatie mag alleen in uitzonderlijke situaties worden toegekend en uiteindelijk is hiervoor een hernieuwd onderzoek vereist.
iii Als iemand aanhoudend moeite heeft met het verwerven en gebruiken van taal (gesproken, geschreven, in gebaren of anders), beginnend in de vroege ontwikkelingsperiode en dit aanzienlijke beperkingen in het functioneren tot gevolg heeft, kunt u denken aan de taalstoornis. De taalstoornis kan als primaire stoornis of gelijktijdig met andere stoornissen voorkomen. Deze classificatie mag niet worden toegekend als de taalproblemen beter kunnen worden verklaard door een gehoor- of zintuiglijke beperking, een verstandelijke beperking of een globale ontwikkelingsachterstand, of wanneer de oorzaak in een somatische of neurologische aandoening is gelegen.
iv Als iemand aanhoudend moeite heeft met de productie van spraakklanken, waardoor de verstaanbaarheid of verbale communicatie van boodschappen wordt gehinderd, kunt u denken aan de spraakklankstoornis. De symptomen dienen in de vroege ontwikkelingsperiode aanwezig te zijn en dienen, elk afzonderlijk of in combinatie, de effectieve communicatie, de sociale participatie, de schoolresultaten en de werkprestaties te belemmeren. De spraakklankstoornis komt voor als primaire stoornis, of tegelijk met een andere stoornis of aangeboren of verworven aandoening. De classificatie mag niet worden toegekend als de spraakklankproblemen kunnen worden toegeschreven aan een aangeboren of verworven somatische of neurologische aandoening.
v Als iemand duidelijk en veelvuldig stoornissen heeft in de vloeiendheid en het tijdsverloop van de spraak die niet passen bij zijn leeftijd en taalvaardigheid, kunt u denken aan de stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd (ontwikkelingsstotteren). De symptomen dienen in de vroege ontwikkelingsperiode te beginnen. De stoornis moet leiden tot angst over het spreken of het vermogen om effectief te communiceren. Deze stoornis kan tegelijk met andere stoornissen optreden. De classificatie mag echter niet worden toegekend als de stoornis kan worden toegeschreven aan een motorische spraakstoornis of zintuiglijke beperking, als deze wordt veroorzaakt door een somatische of neurologische aandoening, of beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis.
vi Als iemand aanhoudend problemen heeft met het sociale gebruik van verbale en non-verbale communicatie, die leiden tot functionele beperkingen in de effectieve communicatie, de sociale participatie, sociale relaties, schoolresultaten of werkprestaties, kunt u denken aan de sociale (pragmatische) communicatiestoornis. De symptomen beginnen tijdens de vroege ontwikkelingsperiode. De stoornis kan tegelijk met andere stoornissen optreden. De classificatie mag echter niet worden toegekend als de symptomen beter kunnen worden verklaard door een verstandelijke beperking, globale ontwikkelingsachterstand of een andere psychische stoornis, of als deze kunnen worden toegeschreven aan een somatische of neurologische aandoening.
vii Als iemand symptomen heeft die kenmerkend zijn voor een communicatiestoornis en die klinisch significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaken, maar die niet volledig voldoen aan de criteria voor een communicatiestoornis of een andere neurobiologische ontwikkelingsstoornis, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde communicatiestoornis.
viii Als iemand, beginnend tijdens de schoolleeftijd, aanhoudend moeite heeft met het aanleren en toepassen van schoolse vaardigheden en dit de schoolresultaten of werkprestaties uiteindelijk in significante mate hindert, kunt u denken aan de specifieke leerstoornis. Om aan de criteria te voldoen, dienen de huidige vaardigheden ruim onder het gemiddelde te liggen voor leeftijd, sekse, culturele groep en opleidingsniveau. De symptomen mogen niet beter te verklaren zijn door een verstandelijke, somatische, neurologische, zintuiglijke of andere psychische stoornis.