De onttrekkingssymptomen maken het moeilijk om met het gebruik van tabak te stoppen. De symptomen die ontstaan bij ontwenning van tabak zijn grotendeels toe te schrijven aan nicotinedeprivatie. Onttrekkingssymptomen komen vaak voor bij dagelijkse tabaksgebruikers die stoppen of hun tabaksgebruik minderen. De symptomen zijn veel sterker bij mensen die dagelijks zowel sigaretten roken als tabak op een andere manier gebruiken, zoals via elektronische sigaretten. Waarschijnlijk komt dit verschil in intensiteit van de symptomen door de snellere stijging en het hogere nicotinegehalte bij het roken van sigaretten. Significante tabaksonttrekkingsklachten komen niet vaak voor onder mensen die niet dagelijks sigaretten roken of alleen nicotinemedicatie gebruiken.
Kenmerkend is een daling van de hartfrequentie met vijf tot twaalf slagen per minuut in de eerste dagen na het stoppen met roken, en een gewichtstoename van gemiddeld 2 à 3 kg in het eerste jaar. Het onttrekkingssyndroom van tabak kan leiden tot klinisch significante stemmingsveranderingen en functiebeperkingen. Door conditionering kunnen onttrekkingssymptomen worden uitgelokt door prikkels uit de omgeving, zoals anderen zien roken. Geleidelijke vermindering van het roken vermindert de ernst van de onttrekkingssymptomen.