Het intreden en de ernst van de onttrekkingssymptomen hangen af van het specifieke gebruikte middel en de farmacokinetiek en farmacodynamica daarvan. Zo kan een onttrekkingssyndroom van een kortwerkend middel dat snel wordt opgenomen en geen actieve metabolieten heeft (bijvoorbeeld triazolam), al inzetten binnen enkele uren na het stoppen met het middel, terwijl een onttrekkingssyndroom van een middel met langwerkende metabolieten (bijvoorbeeld diazepam) pas na 1 à 2 dagen of nog later kan beginnen. Het onttrekkingssyndroom dat door deze middelen ontstaat, kan zich kenmerken door de ontwikkeling van een delirium dat levensbedreigende vormen kan aannemen. Bij mensen die abrupt stoppen met het gebruik van benzodiazepinen na langdurig gebruik op voorschrift en bij therapeutische doses, kunnen symptomen ontstaan van tolerantie en onttrekking zonder dat de classificatie stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum van toepassing is.
Het tijdsbeloop van het onttrekkingssyndroom valt gewoonlijk te voorspellen aan de hand van de halfwaardetijd van het middel. Middelen met een werkingsduur van tien uur of korter (zoals lorazepam, oxazepam, temazepam) geven bij daling van het bloedgehalte onttrekkingssymptomen binnen zes tot acht uur, die op de tweede dag het hoogtepunt bereiken. Op de vierde of vijfde dag treedt een duidelijke verbetering op. Bij middelen met een langere halfwaardetijd (zoals diazepam) kunnen de symptomen langer dan een week op zich laten wachten, hun hoogtepunt bereiken tijdens de tweede week, waarna ze pas in de derde of vierde week duidelijk verbeteren. Daarbij kunnen er nog maanden langere-termijnsymptomen aanwezig blijven met een veel lagere intensiteit.
Hoe langer het middel is gebruikt en hoe hoger de gebruikte dosering, des te waarschijnlijker het is dat een ernstig onttrekkingssyndroom ontstaat. Onttrekkingssymptomen zijn echter al gerapporteerd bij slechts 15 mg diazepam (of een equivalent daarvan van een andere benzodiazepine) indien dagelijks gebruikt gedurende enkele maanden. Bij een dosis van ongeveer 40 mg diazepam (of een equivalent) per dag is de kans groter dat er klinisch relevante onttrekkingssymptomen ontstaan. Na nog hogere doses (bijvoorbeeld 100 mg diazepam) treedt vaker een onttrekkingsinsult of -delirium op. Een delirium door onttrekking van een hypnoticum of anxiolyticum kenmerkt zich door bewustzijnsstoornissen en cognitieve deficiënties met visuele, tactiele, of auditieve hallucinaties. Indien er sprake is van een delirium door onttrekking van een hypnoticum of anxiolyticum, moet dit worden geclassificeerd in plaats van het onttrekkingssyndroom.