Paniekstoornis

a Inclusie: Vereist zijn herhaalde paniekaanvallen, die door minstens vier van de volgende symptomen worden gekenmerkt.

i Hartkloppingen, bonzend hart of een versnelde hartslag: Als u die intense angst of dat vreselijk nare gevoel plotseling voelt opkomen, gaat uw hart dan heel hard tekeer of sneller kloppen?

ii Transpireren: Merkt u dat u meer transpireert dan normaal als dit gebeurt?

iii Trillen of beven: Gaat u dan ook trillen of beven?

iv Gevoelens van ademnood of verstikking: Voelt het op dat moment of u geen lucht krijgt en niet op adem kunt komen?

v Gevoel naar adem te snakken: Voelt het op dat moment of u stikt, alsof er iets in uw keel blijft steken?

vi Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst: Voelt u op dat moment een hevige pijn of onaangenaam gevoel op de borst?

vii Misselijkheid of buikklachten: Voelt u zich op dat moment misselijk of heeft u het gevoel te moeten overgeven?

viii Gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen: Voelt u zich op dat moment duizelig, licht in het hoofd, of alsof u gaat flauwvallen?

ix Koude rillingen of opvliegers: Rilt u op dat moment van de kou of heeft u het juist heel erg warm?

x Paresthesieën: Heeft u op dat moment een verdoofd of tintelend gevoel?

xi Derealisatie of de­per­so­na­li­sa­tie: Heeft u op dat moment het gevoel dat voor u bekende mensen of plaatsen onwerkelijk zijn of dat u zo weinig contact met uw lichaam heeft dat het lijkt of u buiten uw lichaam staat of naar uzelf kijkt?

xii Vrees om de zelfbeheersing te verliezen: Bent u op dat moment bang uw zelfbeheersing te verliezen of zelfs ‘gek’ te worden?

xiii Vrees om dood te gaan: Bent u op dat moment bang dat u doodgaat?

b Inclusie: Minstens één van de paniekaanvallen wordt gedurende één maand of langer gevolgd door minstens één van de volgende symptomen.

i Voortdurende bezorgdheid over de gevolgen: Maakt u zich voortdurend ongerust of bent u bang dat u nieuwe paniekaanvallen krijgt? Maakt u zich voortdurend zorgen of bent u bang dat een paniekaanval betekent dat u een hartaanval krijgt, dat u uw zelfbeheersing verliest of ‘gek’ wordt?

ii Maladaptieve ge­drags­ver­an­de­ring om paniekaanvallen te voorkomen: Heeft u uw gedrag vergaand aangepast, bijvoorbeeld door het uit de weg gaan van onbekende situaties of het vermijden van li­chaams­be­we­ging, om maar geen paniekaanval te krijgen?

c Exclusie: Kies niet voor deze classificatie wanneer de stoornis beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis of is toe te schrijven aan de fysiologische effecten van een middel/medicatie of een somatische aandoening.

d Andere mogelijkheden

i Als iemand melding maakt van paniekaanvallen zoals hiervoor omschreven, maar zonder dat daarbij sprake is van aanhoudende bezorgdheid over de gevolgen en zonder het gedrag in hoge mate maladaptief aan te passen om een paniekaanval te voorkomen, kunt u denken aan de paniekaanval als specificatie. De specificatie paniekaanval kan tegelijk met andere angst­stoor­nis­sen worden gebruikt en ook bij een depressieve-stem­mings­stoor­nis, een post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis en stoornissen in het gebruik van een middel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.