Diverse neurologische en andere somatische aandoeningen kunnen persoonlijkheidsveranderingen veroorzaken, bijvoorbeeld tumoren in het centrale zenuwstelsel, schedeltrauma, cerebrovasculaire aandoeningen, de ziekte van Huntington, epilepsie, infectieziekten waarbij het centrale zenuwstelsel betrokken is (zoals hiv), endocriene aandoeningen (zoals hypothyreoïdie, hypo- en hyperadrenocorticisme) en auto-immuunziekten waarbij het centrale zenuwstelsel betrokken is (zoals systemische lupus erythematosus). De bevindingen van het lichamelijke onderzoek, de laboratoriumuitslagen en de patronen in het ontstaan en de prevalentie van de persoonlijkheidsverandering komen overeen met de betreffende neurologische of andere somatische aandoening.