F06.1
CLASSIFICATIECRITERIA
AIn het klinische beeld staan drie (of meer) van de volgende symptomen op de voorgrond:
1Stupor (geen psychomotorische activiteit; geen actieve interactie met de omgeving).
2Katalepsie (het passief laten innemen van een houding die tegen de zwaartekracht in wordt volgehouden).
3Wasachtige buigzaamheid (lichte, gelijkblijvende weerstand tegen het in een andere houding plaatsen door de onderzoeker (flexibilitas cerea)).
4Mutisme (nauwelijks of geen verbale respons (uitsluiten indien afasie is vastgesteld)).
5Negativisme (verzet tegen of geen reactie op instructies of externe stimuli).
6Poseren (spontaan en actief vasthouden van een houding tegen de zwaartekracht in).
7Motorische maniërismen (vreemde, overdreven karikaturen van normale handelingen).
8Motorische stereotypieën (repeterende, abnormaal frequente, niet-doelgerichte bewegingen).
9Agitatie, niet onder invloed van externe stimuli.
10Grimasseren.
11Echolalie (anderen ‘napraten’).
12Echopraxie (bewegingen van anderen ‘nadoen’).
Dit criterium vereist de aanwezigheid van drie of meer van twaalf symptomen die karakteristiek zijn voor katatonie. In de DSM-IV-criteria was het onduidelijk hoeveel symptomen nodig waren voor de classificatie.
BEr zijn aanwijzingen vanuit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen dat de symptomen het directe pathofysiologische gevolg zijn van een somatische aandoening.
Omdat katatone symptomen samenhangen met een verscheidenheid aan somatische aandoeningen, moeten andere ziekten dan de aandoening in kwestie worden uitgesloten als oorzaak. Dit houdt een gedegen somatisch onderzoek in met als doel het uitsluiten van neurologische, infectieuze en andere mogelijke oorzaken van de symptomen. Alvorens bijvoorbeeld te concluderen dat de katatonie het gevolg is van herpes simplex encefalitis, moet de arts hersentumoren en andere hersenziekten uitsluiten.
Katatone verschijnselen kunnen optreden in het kader van andere ernstige psychische stoornissen, zoals manieën, en deze stoornissen moeten ook worden uitgesloten.
CDe stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (een manische episode bijvoorbeeld).
Omdat katatone symptomen samenhangen met een verscheidenheid aan somatische aandoeningen, moeten andere ziekten dan de aandoening in kwestie worden uitgesloten als oorzaak. Dit houdt een gedegen somatisch onderzoek in met als doel het uitsluiten van neurologische, infectieuze en andere mogelijke oorzaken van de symptomen. Alvorens bijvoorbeeld te concluderen dat de katatonie het gevolg is van herpes simplex encefalitis, moet de arts hersentumoren en andere hersenziekten uitsluiten.
Katatone verschijnselen kunnen optreden in het kader van andere ernstige psychische stoornissen, zoals manieën, en deze stoornissen moeten ook worden uitgesloten.
DDe stoornis treedt niet uitsluitend op in het beloop van een delirium.
Als de symptomen zich alleen voordoen in het kader van een delirium, dan is delirium de geëigende classificatie. Criterium E is nieuw in de DSM-5; het specificeert dat de symptomen klinisch significante lijdensdruk moeten veroorzaken, of beperkingen moeten opleveren in het sociale of beroepsmatige functioneren of andere belangrijke gebieden van het functioneren.
EDe symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
Als de symptomen zich alleen voordoen in het kader van een delirium, dan is delirium de geëigende classificatie. Criterium E is nieuw in de DSM-5; het specificeert dat de symptomen klinisch significante lijdensdruk moeten veroorzaken, of beperkingen moeten opleveren in het sociale of beroepsmatige functioneren of andere belangrijke gebieden van het functioneren.
Coderingsaanwijzing Voeg de naam van de somatische aandoening toe aan de naam van de psychische stoornis (bijvoorbeeld: F06.1 katatone stoornis door hepatische encefalopathie).