De classificatie stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel kan worden ondersteund door elk van de volgende factoren: de betrokkene vermeldt het gebruik van een middel dat niet in een van de negen andere klassen in dit hoofdstuk valt; meerdere episoden van intoxicatie terwijl de testuitslag van standaarddrugstests negatief is, omdat die mogelijk nieuwe of zeldzame middelen over het hoofd zien; en de aanwezigheid van symptomen van een onbekende stof die voor het eerst in de leefomgeving van de betrokkene is geïntroduceerd.
Doordat distikstofoxide (‘lachgas’) vrij gemakkelijk verkrijgbaar is geworden, kan in bepaalde bevolkingsgroepen het gebruik ervan verhoogd zijn, en daarmee ook de kans op een stoornis in het gebruik van distikstofoxide. Doordat het als anestheticum wordt gebruikt, kan het door medische (inclusief tandheelkundige) hulpverleners worden misbruikt. Door het gebruik in spuitpatronen voor commerciële producten zoals slagroomspuiten kunnen ook mensen in de voedingsindustrie er misbruik van maken. Het misbruik van distikstofoxide door jongeren en adolescenten is aanzienlijk. Sommige mensen die zeer frequent distikstofoxide gebruiken, kunnen zich met ernstige somatische complicaties en psychische stoornissen presenteren, waaronder myeloneuropathie, subacute gecombineerde degeneratie van het ruggenmerg, perifere neuropathie en psychosen.
Het gebruik van amyl-, butyl- en isobutylnitriet (en andere nitrieten) komt vooral voor onder homoseksuele mannen en sommige jongeren, met name met een normoverschrijdend-gedragsstoornis.
Stoornissen in het gebruik van een middel gaan algemeen samen met een verhoogd suïciderisico, maar er zijn geen aanwijzingen voor unieke risicofactoren voor suïcide bij een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel.