De categorie stoornissen gerelateerd aan een ander (of onbekend) middel is van toepassing op middelen die niet in een van de negen klassen middelen vallen die eerder in dit hoofdstuk zijn besproken (alcohol; cafeïne; cannabis; hallucinogenen (fencyclidine en andere); inhalantia; opioïden; hypnotica en anxiolytica; stimulantia; en tabak). Voorbeelden zijn anabole steroïden; pros­ta­glan­di­ne­syn­the­ta­serem­mers (NSAID’s); cor­ti­co­ste­ro­ï­den; an­ti­parkin­son­mid­de­len; antihistaminica; distikstofoxide; amyl-, butyl-, of isobutylnitriet; betelnoot (de noot van de betelpalm, die in veel geografische regio’s wordt gekauwd omdat dit een lichte euforie en een zweverig gevoel geeft); en kawa (van een peperplant uit het Stille Zuidzeegebied), die een licht euforisch en sederend effect heeft en tot co­ör­di­na­tie­stoor­nis­sen en gewichtsafname leidt, evenals tot ge­zond­heids­pro­ble­men zoals lichte hepatitis en longafwijkingen. Van belang is dat vluchtige stoffen alleen onder de klasse van inhalantia vallen als het kool­wa­ter­stof­fen zijn; andere vluchtige stoffen (waaronder het voornoemde distikstofoxide) vallen onder de restklasse van andere (of onbekende) middelen. Stoornissen gerelateerd aan een onbekend middel hangen samen met onbekende stoffen, zoals bij een intoxicatie waarvan de betrokkene niet weet welk middel hij of zij heeft genomen of gekregen, of met stoornissen in het gebruik van een middel dat ofwel nieuw op de zwarte markt is en nog niet bekend, ofwel bekende middelen die illegaal onder een valse naam zijn verkocht.

Middelen die in een van de andere klassen van middelen thuishoren, moeten gecodeerd worden met de code die hoort bij de desbetreffende klasse; ze mogen niet in de restklasse van ‘een ander (of onbekend) middel’ worden opgenomen. Synthetische cannabinoïden vallen bijvoorbeeld expliciet onder de klasse cannabis, en cathinonen (waaronder de werkzame stoffen uit de qatplant en synthetische afleidingen daarvan) vallen onder de klasse stimulantia.

De classificatie stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel betreft een psychische stoornis waarbij het herhaald gebruik van het andere of onbekende middel aanhoudt ondanks dat de betrokkene weet dat het middel hem of haar ernstige problemen oplevert. Deze problemen staan in de criteria. Als het middel bekend is maar niet in een van de negen andere klassen van middelen past, moet het bij de naam van de stoornis genoteerd worden, en moet de betreffende ICD-code voor de stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel toegevoegd worden (bijvoorbeeld: F19.2 stoornis in het gebruik van distikstofoxide, matig).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.