Gebruik van andere of onbekende middelen zonder dat aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel wordt voldaan Gebruik van onbekende middelen komt niet zelden voor onder adolescenten, maar meestal wordt dan niet voldaan aan de classificatiestandaard van twee of meer criteria voor een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel in een periode van een jaar.
Stoornissen in het gebruik van een middel Een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel kan samen met verschillende stoornissen in het gebruik van een middel uit een van de negen andere klassen optreden, en de symptomen van de stoornissen kunnen overeenkomsten en overlap vertonen. Om symptoompatronen van elkaar te onderscheiden is het zinvol om na te vragen welke symptomen aanhielden tijdens perioden waarin een of meer van de middelen niet gebruikt werden.
Intoxicatie door een ander (of onbekend) middel, onttrekkingssyndroom van een ander (of onbekend) middel en psychische stoornissen door een ander (of onbekend) middel Een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel onderscheidt zich van intoxicatie door een ander (of onbekend) middel, een onttrekkingssyndroom van een ander (of onbekend) middel en psychische stoornissen door een ander (of onbekend) middel (zoals een bipolaire-stemmingsstoornis door een corticosteroïde) doordat een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel een problematisch patroon van het gebruik van het middel beschrijft met een verminderde controle over dat gebruik, sociale problemen door het gebruik, risicovol gebruik van het middel (bijvoorbeeld aanhoudend gebruik ondanks somatische complicaties) en farmacologische symptomen (de ontwikkeling van tolerantie of onttrekkingssymptomen), terwijl intoxicatie door een ander (of onbekend) middel, een onttrekkingssyndroom van een ander (of onbekend) middel en psychische stoornissen door een ander (of onbekend) middel psychiatrische syndromen beschrijven die zich ontwikkelen in de context van zwaar gebruik. Deze syndromen komen vaak voor bij mensen met een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel. In dat geval moeten naast de classificatie stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend) middel ook de comorbide classificaties toegekend worden.