Bekende neurologische aandoening De belangrijkste differentiële diagnose is een bekende neurologische aandoening die de symptomen beter kan verklaren. Als er reeds een grondig neurologisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vindt men bij ver­volg­on­der­zoek zelden alsnog een onverwachte neurologische aandoening die de symptomen verklaart. Mochten de symptomen verergeren, dan kan hernieuwd onderzoek wel noodzakelijk zijn. De functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis bestaat meestal naast een bekende neurologische aandoening en kan deel uitmaken van de prodromale toestand van sommige progressieve neurologische aandoeningen.

Somatisch-symp­toom­stoor­nis De functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis kan worden vastgesteld naast een somatisch-symp­toom­stoor­nis. Van de meeste somatische symptomen die worden gezien bij mensen met een somatisch-symp­toom­stoor­nis, kan niet worden aangetoond dat ze duidelijk niet passen bij de erkende neurologische of andere somatische aandoening, terwijl bij de functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis wel moet zijn aangetoond dat dit het geval is.

Nagebootste stoornis en simulatie De functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis beschrijft werkelijk ervaren symptomen die niet doelbewust worden geproduceerd (dus niet worden geveinsd). Wanneer er wel overtuigend bewijs is dat de symptomen worden geveinsd (bijvoorbeeld een duidelijke discrepantie tussen gerapporteerde en waargenomen activiteiten van het dagelijks leven), wijst dit op simulatie wanneer het klaarblijkelijk de bedoeling is van de betrokkene om een duidelijke externe beloning te krijgen, of op de nagebootste stoornis indien er geen sprake is van een dergelijke beloning.

Dissociatieve stoornissen Dissociatieve symptomen komen algemeen voor bij mensen met een functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis. Als iemand zowel een dissociatieve stoornis heeft als een functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis, zijn beide classificaties van toepassing.

Morfodysfore stoornis Mensen met een morfodysfore stoornis maken zich overmatig veel zorgen over een door henzelf waargenomen gebrek in hun uiterlijk, maar zij klagen niet over symptomen van het sensorische of motorische functioneren van het bewuste lichaamsdeel.

Depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen Mensen met een depressieve-stem­mings­stoor­nis kunnen klagen over een zwaar gevoel in al hun ledematen, terwijl bij de functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis de zwakte meer geconcentreerd is op één lichaamsdeel en prominenter aanwezig is. Depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen onderscheiden zich verder ook door de aanwezigheid van de kernsymptomen van depressiviteit.

Paniekstoornis Episodische neurologische symptomen (zoals een tremor of paresthesie) kunnen optreden bij zowel de functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis als bij paniekaanvallen. Bij paniekaanvallen hangen de neurologische symptomen doorgaans samen met karakteristieke car­di­o­res­pi­ra­toi­re symptomen en behoud van bewustzijn. Be­wust­zijns­ver­lies met amnesie over de aanval komt voor bij nie­te­pi­lep­ti­sche convulsies, maar niet bij paniekaanvallen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.