Insomniastoornis
a Inclusie: Vereist is ontevredenheid over de kwantiteit of kwaliteit van de slaap, minstens drie nachten per week, gedurende minstens drie maanden, wat blijkt uit minimaal één van de volgende symptomen.
i Moeite met inslapen: Komt u vaak moeilijk in slaap? Bij kinderen: Vind je het moeilijk om te gaan slapen zonder de hulp van je vader of moeder, of iemand anders?
ii Moeite met doorslapen: Als u eenmaal in slaap bent, wordt u dan vaak wakker als u nog helemaal niet wakker wilt worden? En kunt u dan vaak niet meer verder slapen? Bij kinderen: Als je wakker wordt en eigenlijk nog verder wilt slapen, heb je dan je vader, moeder of iemand anders nodig om weer in slaap te komen?
iii ’s Morgens vroeg wakker worden: Wordt u vaak vroeger wakker dan de bedoeling was en kunt u dan niet meer in slaap komen?
b Exclusie: Er is alleen sprake van een slaapstoornis als er wel voldoende gelegenheid is om te slapen.
c Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de insomnia beter kan worden verklaard door, of alleen optreedt tijdens, het beloop van een andere slaap-waakstoornis, deze kan worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel, of beter kan worden verklaard door een gelijktijdig optredende psychische stoornis of somatische aandoening.
d Aanvullende kenmerken
i Specificaties
► Met niet-slaapstoornisgerelateerde psychische comorbiditeit, inclusief stoornissen in het gebruik van een middel
► Met somatische comorbiditeit
► Met andere slaapstoornis
ii Beloop
► Episodisch
► Recidiverend
► Persisterend
e Andere mogelijkheden
i Als iemand een terugkerend patroon van ontregelde slaap heeft dat bovenmatige slaperigheid veroorzaakt, of insomnia, of beide, en deze ontregeling voornamelijk het gevolg is van een verandering van het circadiane systeem of van onvoldoende synchronisatie tussen het endogene circadiane ritme en het slaap-waakritme, kunt u denken aan een van de circadianeritme-slaap-waakstoornissen. De slaapstoornis moet klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren tot gevolg hebben.
ii Als er een etiologisch verband is met het gebruik van, de intoxicatie door of de onttrekking van een middel, kunt u denken aan de slaapstoornis door een middel/medicatie, insomniatype. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een delirium, een slaapstoornis die niet door een middel is veroorzaakt, of slaapsymptomen die gewoonlijk samenhangen met een intoxicatie of onttrekkingssyndroom. De stoornis moet aanzienlijke lijdensdruk en functionele beperkingen veroorzaken.
iii Als iemand aan alle criteria voor een insomniastoornis voldoet maar zijn klachten duren korter dan drie maanden, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde insomniastoornis. Deze classificatie is bedoeld voor symptomen van insomnia die tot aanzienlijke lijdensdruk of functionele beperkingen leiden. Wilt u de specifieke reden vermelden waarom iemand niet volledig aan de criteria voor een specifieke slaapstoornis voldoet, overweeg dan de classificatie andere gespecificeerde insomniastoornis.