De bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening kent meestal een acuut of subacuut begin tijdens de eerste weken of maanden van de betreffende somatische aandoening. Dit is echter niet altijd het geval, aangezien ook een exacerbatie of late recidive van de somatische aandoening aan het begin van het manische of hypomanische syndroom vooraf kan gaan. De clinicus velt in dat geval een klinisch oordeel over de oorzakelijkheid van de somatische aandoening, gebaseerd op de tijdsvolgorde en de afweging in hoeverre een causaal verband aannemelijk is. Ten slotte kan de stoornis in remissie raken nog voordat de somatische aandoening verbetert, vooral wanneer de behandeling van de manische symptomen effectief is.