De voornaamste kenmerken van de bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening zijn de aanwezigheid van een opvallende en aanhoudende periode met een abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en een abnormaal verhoogde activiteit of energie, die op de voorgrond staan in het klinische beeld (criterium A) dat is toe te schrijven aan een somatische aandoening (criterium B). In de meeste gevallen treedt het manische of hypomanische beeld naar voren wanneer de somatische aandoening zich voor het eerst voordoet (binnen een maand). Er zijn echter uitzonderingen, vooral bij chronische somatische aandoeningen die verslechteren of recidiveren en die een voorbode kunnen zijn van het manische of hypomanische beeld. De classificatie bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening dient niet te worden toegekend wanneer met zekerheid kan worden gezegd dat de manische of hypomanische episode aan de somatische aandoening voorafging, aangezien de juiste classificatie dan een van de primaire bipolaire-stemmingsstoornissen zou zijn (behalve in het uitzonderlijke geval dat alle voorafgaande manische of hypomanische episoden, ook wanneer dit er slechts één is, in verband hebben gestaan met de inname van een middel of medicatie). De classificatie bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening mag niet worden toegekend tijdens het beloop van een delirium (criterium D). Om voor deze classificatie in aanmerking te komen dient de manische of hypomanische episode horend bij de bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen te veroorzaken (criterium E).