Intoxicatie door een hallucinogeen
Other hallucinogen intoxication
F16.0
CLASSIFICATIECRITERIA
ARecent gebruik van een hallucinogeen (anders dan fencyclidine).
BKlinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen (bijvoorbeeld duidelijke angst of depressiviteit, betrekkingsideeën, vrees om ‘gek te worden’, paranoïde denkbeelden, verminderd oordeelsvermogen) die tijdens of kort na het hallucinogeengebruik zijn ontstaan.
CPerceptieveranderingen die optreden tijdens helder bewustzijn en intacte aandacht (bijvoorbeeld een subjectieve intensivering van de perceptie, depersonalisatie, derealisatie, illusoire vervalsingen, hallucinaties, synesthesieën), ontstaan tijdens of kort na het hallucinogeengebruik.
DTwee of meer van de volgende verschijnselen, ontstaan tijdens of kort na het gebruik van het hallucinogeen:
1Pupilverwijding.
2Tachycardie.
3Transpireren.
4Hartkloppingen.
5Wazig zien.
6Tremoren.
7Coördinatiestoornissen.
EDe klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
NB Zie voor ‘bijkomende kenmerken’ en ‘cultuur en classificatie’ de betreffende subparagrafen bij de stoornis in het gebruik van een hallucinogeen.