Het hoofdkenmerk van pyromanie is de aanwezigheid van meerdere episoden van opzettelijk en doelgericht brandstichten (criterium A). Mensen met deze stoornis zijn gespannen of emotioneel opgewonden voor de brandstichting (criterium B). Deze mensen zijn gefascineerd door, geïnteresseerd in, nieuwsgierig naar of voelen zich aangetrokken tot vuur en de bijbehorende omstandigheden (zoals gebruiksvoorwerpen, gebruik daarvan en gevolgen ervan) (criterium C). Mensen met deze stoornis behoren vaak tot de vaste ‘kijkers’ bij branden bij hen in de buurt, kunnen zonder reden een brandalarm laten afgaan en ontlenen genot aan organisaties, materieel en professionals die met brand te maken hebben. Ze gaan soms geregeld op bezoek bij de plaatselijke brandweer, stichten branden om zich verbonden te voelen met de brandweer, of worden zelfs brandweerman of -vrouw. Mensen met deze stoornis ervaren lustgevoelens, voldoening of opluchting tijdens het brandstichten, bij het bijwonen van de effecten daarvan, of bij het deelnemen aan de nasleep (criterium D). Het brandstichten gebeurt niet vanwege financiële motieven, als een uiting van een sociale of politieke ideologie, om een misdrijf te verbergen, als een uiting van boosheid of wraak, om de eigen levensomstandigheden te verbeteren, en evenmin als reactie op een waan of hallucinatie (criterium E). Het brandstichten is geen gevolg van een stoornis in het oordeelsvermogen (zoals bij een neurocognitieve stoornis, een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking)) (criterium E). De classificatie wordt niet toegekend wanneer het brandstichten beter wordt verklaard door een normoverschrijdend-gedragsstoornis, een manische episode of een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (criterium F).