De ernst van stoornissen in het gebruik van een middel kan zeer uiteenlopen, van licht tot ernstig. De ernst wordt bepaald op basis van het aantal symptoomcriteria waaraan is voldaan. Als algemene schatting van de ernst kan bij een lichte stoornis in het gebruik van een middel worden uitgegaan van de aanwezigheid van twee tot drie symptomen, bij een matige stoornis van vier tot vijf symptomen, en bij een ernstige stoornis van zes of meer symptomen. Ook uit een toename of afname van de gebruiksfrequentie en/of de dosering van het middel is op te maken dat de ernst in de loop van de tijd verandert. Dit kan door de betrokkene zelf worden gemeld, of door anderen die hier zicht op hebben, of het kan op basis van de observaties van de clinicus of van laboratoriumonderzoek worden vastgesteld. De volgende specificaties over het beloop en de beschrijvende kenmerken kunnen ook voor stoornissen in het gebruik van een middel worden gebruikt: ‘in vroege remissie’, ‘in langdurige remissie’, ‘in onderhoudsbehandeling’ en ‘in een gereguleerde omgeving’. De definities van deze specificaties worden bij de betreffende criteriasets gegeven.