Het hoofdkenmerk van de schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis is een pervasief patroon van af­stan­de­lijk­heid in sociale relaties en een beperkt spectrum van emoties in in­ter­per­soon­lij­ke situaties. Dit patroon begint op jongvolwassen leeftijd en is in uiteenlopende situaties aanwezig.

Het verlangen naar intimiteit lijkt bij mensen met een schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis afwezig; ze lijken onverschillig voor mogelijkheden om hechte relaties op te bouwen, en deel uitmaken van een gezin, familie of andere sociale groep is niet iets wat hun veel voldoening lijkt te geven (criterium A1). Ze zijn het liefst alleen. Ze wekken vaak de indruk sociaal geïsoleerd of een ‘eenling’ te zijn, en ze kiezen bijna altijd voor solitaire activiteiten of hobby’s waarin geen sprake is van interactie met anderen (criterium A2). Ze geven de voorkeur aan mechanische of abstracte taken, zoals computeren of wiskundige spelletjes. Ze kunnen erg weinig belangstelling hebben voor seksueel contact met anderen (criterium A3) en er zijn weinig of geen activiteiten waaraan zij plezier ontlenen (criterium A4). Gewoonlijk ervaren mensen met deze stoornis minder genot uit zintuiglijke, lichamelijke of in­ter­per­soon­lij­ke ervaringen, zoals een strandwandeling of seks. Afgezien van misschien een eer­ste­graads­fa­mi­lie­lid hebben deze mensen geen hechte vrienden of vertrouwelingen (criterium A5).

Mensen met een schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis lijken vaak onverschillig voor goedkeuring of kritiek van anderen, en lijken zich niet druk te maken om wat anderen van hen zouden kunnen denken (criterium A6). De gebruikelijke finesses van de sociale interacties kunnen hun ontgaan, en ze reageren vaak niet gepast op sociale signalen, zodat ze overkomen als sociaal onbeholpen, oppervlakkig of alleen met zichzelf bezig. Naar buiten toe tonen ze zich gewoonlijk ‘neutraal’, zonder zichtbare emotionele reactiviteit, en gebaren of ge­zichts­uit­druk­kin­gen, zoals een glimlach of knikje, worden door hen zelden beantwoord (criterium A7). Deze mensen beweren dat ze zelden sterke emoties zoals boosheid en vreugde ervaren. Ze vertonen vaak een ingeperkt affect en komen kil en on­toe­schie­te­lijk over. Echter, in de zeer ongebruikelijke omstandigheid waarin deze mensen zich tijdelijk wel voldoende op hun gemak voelen om zich bloot te geven, vertellen ze wellicht wel over het hebben van pijnlijke gevoelens, vooral met betrekking tot sociale interacties.

De classificatie schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet niet worden toegekend als het gedragspatroon uitsluitend optreedt tijdens het beloop van schizofrenie, een bipolaire- of depressieve-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis, of een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis, of als het gedragspatroon kan worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een neurologische aandoening (bijvoorbeeld epilepsie van de temporaalkwab) of een andere somatische aandoening (criterium B).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.