Schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis

Schizoid personality disorder

F60.1

CLASSIFICATIECRITERIA

AEen pervasief patroon van af­stan­de­lijk­heid in sociale relaties en een beperkt scala van expressies van emoties in in­ter­per­soon­lij­ke situaties, beginnend op de jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

1Heeft noch behoefte aan, noch plezier in hechte relaties en geniet hier ook niet van, inclusief het tot een gezin of familie behoren.

2Kiest bijna altijd voor solitaire activiteiten.

3Heeft weinig of geen belangstelling voor seksuele ervaringen met een ander.

4Beleeft weinig of geen plezier aan activiteiten.

5Heeft geen hechte vriendschappen of vertrouwelingen buiten eer­ste­graads­fa­mi­lie­le­den.

6Lijkt onverschillig voor lof of kritiek van anderen.

7Toont emotionele kilheid, ongehechtheid of een afgevlakte affectiviteit.

BDe stoornis treedt niet uitsluitend op in het beloop van schizofrenie, een bipolaire- of depressieve-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis of een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis, en kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een somatische aandoening.

NB Als voorafgaand aan het ontstaan van schizofrenie aan de criteria wordt voldaan, voeg dan de aanduiding ‘premorbide’ toe als volgt: ‘schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (premorbide)’.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.