Andere psychische stoornissen met psychosesymptomen De schizoïde-persoonlijkheidsstoornis kan worden onderscheiden van de waanstoornis, schizofrenie en een bipolaire- of depressieve-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken doordat al deze stoornissen worden gekenmerkt door een episode van persisterende psychosesymptomen (zoals wanen en hallucinaties). Om een extra classificatie schizoïde-persoonlijkheidsstoornis te kunnen toekennen, moet de persoonlijkheidsstoornis al aanwezig zijn geweest voordat de psychosesymptomen begonnen, en persisteren wanneer de psychosesymptomen in remissie zijn. Wanneer iemand een persisterende psychotische stoornis heeft (zoals schizofrenie) met daaraan voorafgaand een schizoïde-persoonlijkheidsstoornis, moet de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis ook worden geregistreerd, gevolgd door ‘premorbide’ tussen haakjes.
Autismespectrumstoornis Het kan heel lastig zijn om mensen met een schizoïdepersoonlijkheidsstoornis te onderscheiden van mensen met een autismespectrumstoornis, met name bij de lichtere vormen van beide stoornissen, aangezien bij beide een schijnbare desinteresse in vriendschappen met anderen aanwezig is. De autismespectrumstoornis kan zich echter onderscheiden door stereotiepe gedragingen en interesses.
Persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening De schizoïdepersoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van een persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening, waarbij de trekken die iemand ontwikkelt een direct fysiologisch gevolg zijn van een somatische aandoening.
Stoornissen in het gebruik van een middel De schizoïde-persoonlijkheidsstoornis moet ook worden onderscheiden van de symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met persisterend middelengebruik.
Andere persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidstrekken Andere persoonlijkheidsstoornissen kunnen worden verward met de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om deze stoornissen van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter persoonlijkheidskenmerken heeft die behalve aan de criteria voor de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere persoonlijkheidsstoornissen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend. De schizoïde-, de schizotypische- en de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis hebben de kenmerken sociaal isolement en beperkte affectiviteit met elkaar gemeen, maar de schizoïdepersoonlijkheidsstoornis kan worden onderscheiden van de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis door het ontbreken van de cognitieve en perceptuele distorsies, en van de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis door het ontbreken van achterdocht en paranoïde ideeënvorming. Het sociale isolement bij de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis moet worden onderscheiden van het isolement bij de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis, dat kan worden toegeschreven aan de angst om voor gek te staan of door anderen als niet goed genoeg te worden beschouwd, en door het excessief anticiperen op afwijzing. Mensen met een schizoïde-persoonlijkheidsstoornis vertonen daarentegen een veel breder aanwezige afstandelijkheid en hebben daarbij slechts in beperkte mate behoefte aan hechte banden met anderen. Bij mensen met een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis kan sociale afstandelijkheid ook voortkomen uit hun toewijding aan hun werk en ongemak in de omgang met emoties, maar daaronder is er bij hen wel een vermogen tot intimiteit.
Zogeheten ‘eenlingen’, of zeer introverte mensen, kunnen persoonlijkheidstrekken vertonen die als schizoïde zouden kunnen worden beschouwd. Dit is consistent met de bredere conceptualisatie van de schizoïde-persoonlijkheidsstoornis als een stoornis die zich kenmerkt door pathologische introversie/onthechting. Alleen als deze trekken inflexibel en maladaptief zijn en significante beperkingen in het functioneren of lijdensdruk veroorzaken, is er sprake van een schizoïde-persoonlijkheidsstoornis.