Verdrietig en depressief

    Richard A. Friedman, MD

    Adriaan Quakernaat, een 60-jarige zakenman, bezoekt twee weken na het overlijden van zijn 24-jarige zoon zijn psychiater, bij wie hij al lange tijd bekend is. De jongeman, die met depressiviteit en mid­de­len­mis­bruik heeft geworsteld, is aangetroffen met meerdere lege medicijnpotjes om zich heen en een onsamenhangende zelfmoordbrief.

    Patiënt heeft een heel hechte band met zijn getroebleerde zoon gehad en voelde zich onmiddellijk na zijn dood verpletterd, alsof zijn leven alle betekenis had verloren. In de twee weken die volgden, zag hij voortdurend beelden van zijn zoon en was hij ‘geobsedeerd’ over hoe hij het misbruik van de middelen en de suïcide had kunnen voorkomen. Hij is bang dat hij een slechte vader is geweest en dat hij te veel tijd aan zijn carrière heeft besteed en te weinig tijd met zijn zoon heeft doorgebracht. Hij voelt zich voortdurend verdrietig, heeft zich teruggetrokken uit zijn gewoonlijke sociale leven en kan zich niet meer op zijn werk concentreren. Hoewel hij hiervoor nooit meer dan een paar glazen wijn per week dronk, is hij veel meer gaan drinken en drinkt hij nu iedere avond een halve fles wijn. Zijn psychiater vertelt hem bij deze afspraak dat hij in een rouwproces zit en dat deze reactie normaal is. Ze spreken af dat hij voor ondersteuning op consult blijft komen en dat de klinische situatie van patiënt wordt gemonitord. Bovendien benadrukt de psychiater dat hij minder zou moeten drinken, omdat de drank op korte termijn hem misschien wel verdooft, maar op wat langere termijn zijn som­ber­heids­klach­ten zal verergeren.

    Patiënt komt daarna wekelijks op consult. In de zesde week na de suïcide zijn de symptomen van patiënt verergerd. In plaats van te denken aan wat hij anders had kunnen doen, raakt hij meer en meer gepreoccupeerd met het idee dat hij zelf had moeten sterven, en niet zijn jonge zoon. Hij heeft nog steeds moeite om in slaap te komen, maar wordt ook om 4.30 uur ’s nachts wakker en ligt dan naar het plafond te staren, terwijl hij overspoeld wordt door vermoeidheid, verdriet en gevoelens van waardeloosheid. En dat terwijl hij veel minder is gaan drinken. De klachten verminderen wel gedurende de dag, maar hij voelt dan ook een aanhoudend en voor hem ongewoon gebrek aan zelfvertrouwen, seksuele interesse en enthousiasme. Hij vraagt zijn psychiater of hij nog steeds normale rouw heeft of dat er sprake is van een depressie.

    Patiënt heeft twee keer eerder depressieve episoden doorgemaakt, die met psychotherapie en antidepressiva zijn verbeterd, maar hij heeft sinds hij in de dertig was geen significante depressieve episoden meer gehad. Op vragen of hij ooit alcohol of middelen heeft misbruikt, antwoordt hij ontkennend. Zijn beide ouders zijn ‘depressief’ geweest, zonder daarvoor een behandeling te ondergaan. Er is nooit eerder iemand in de familie geweest die suïcide heeft gepleegd.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.