Een autowrak
Robert S. Pynoos, MD, PhD; Alan M. Steinberg, PhD; Christopher M. Layne, PhD
Bespreking
Dylan voldoet aan de in de DSM-5 herziene formulering van de classificatiecriteria voor een acute stressstoornis (AcSS), namelijk de aanwezigheid van negen van veertien symptomen. Voor deze classificatie is de aanwezigheid van meerdere dissociatieve reacties niet langer vereist, zoals in de DSM-IV wel het geval was, en anders dan voor de DSM-5-classificatie posttraumatische-stressstoornis (PTSS) hoeft ook niet uit ieder symptoomcluster minstens één symptoom aanwezig te zijn. De classificatie AcSS kan drie dagen na de blootstelling aan een psychotraumatische situatie worden toegekend en kan een tijdelijke stressreactie zijn die binnen één maand weer verdwijnt, of een stressreactie die niet overgaat en dan PTSS wordt.
Dylan wordt twee weken nadat hij bij een ernstig auto-ongeluk was betrokken gezien met symptomen van AcSS. Zijn symptomen veroorzaken een klinisch significante lijdensdruk, beperkingen in zijn sociale functioneren en zijn functioneren op school en maken dat hij actuele ontwikkelingstaken (zoals leren autorijden) ontloopt. Een dergelijke acute verstoring van het leven van een adolescent kan zowel directe gevolgen hebben als gevolgen op de langere termijn — en dat is dan ook een goede reden om niet te wachten met het toekennen van een classificatie en het aanbieden van een interventie.
De stressgerelateerde symptomen van Dylan bestaan uit een steeds terugkerende intrusieve nare herinnering aan het ongeluk, psychische en fysiologische reacties op prikkels die herinneringen aan het ongeluk oproepen; pogingen om niet aan het gebeurde te denken of er gevoelens over te hebben; vermijding van externe prikkels die herinneren aan het ongeluk, waardoor hij wordt beperkt in zijn dagelijks leven; een steeds terugkerende akelige droom en slaapproblemen, waardoor hij overdag moe en niet uitgerust is; prikkelbaar gedrag dat de relatie met zijn ouders en vrienden verstoort; concentratieproblemen die zijn schoolprestaties in dit belangrijke schooljaar in gevaar brengen; en een overdreven schrikreactie, waardoor hij zich kinderachtig en anders dan zijn vrienden voelt. Dylan heeft geen voorgeschiedenis van een angststoornis die zijn symptomen zou kunnen verklaren, en die symptomen zijn allemaal pas na het ongeluk ontstaan.
Net als veel andere adolescenten vertelt Dylan met tegenzin over zijn ervaring of symptomen, deels omdat hij als hij dit wel doet het gevoel krijgt dat er iets mis is met hem — waardoor zijn voor de adolescentie kenmerkende angst om anders te zijn dan zijn leeftijdgenoten nog wordt versterkt. Met acute interventiestrategieën kunnen adolescenten worden geholpen om hun acute stressreacties te begrijpen, vaardigheden te leren voor het omgaan met prikkels die herinneringen aan het psychotrauma oproepen, en om op school samen met hun docenten een plan te maken om terug te komen op het niveau van presteren van vroeger. Psychotraumatische herinneringen uit het verleden — zoals bij Dylan de bijna-verdrinking van zijn zusje en het overlijden van zijn opa — kunnen iemands reactie op een actueel psychotrauma verergeren en de clinicus helpen om het klinische beeld van de patiënt beter te begrijpen.