Compleet gestrest

    Cheryl Munday, PhD; Jamie Miller Abelson, MSW; James Jackson, PhD

    Frank Sambo is een 21-jarige alleenstaande Antilliaanse jongeman die de stu­den­ten­psy­cho­loog bezoekt omdat hij zich ‘compleet gestrest’ voelt, zich terugtrekt van zijn vrienden en zich zorgen maakt om geld. Hij vertelt dat hij zich sinds drie maanden somber voelt en schrijft het feit dat hij zo ‘in een dip is geschoten’ toe aan een toevallige samenloop van twee gebeurtenissen: zijn relatie is na drie jaar uitgegaan en hij heeft per ongeluk de identiteit van zijn vader ontdekt, die hem teleurstelt.

    Patiënt staat al sinds de middelbare school financieel op eigen benen, en nervositeit over of het wel zal lukken om de eindjes aan elkaar te knopen is hem niet vreemd. Na de breuk met zijn vriendin is die bezorgdheid verergerd en heeft hij een ‘vriend van de familie’ benaderd met een verzoek om financiële hulp. Dit verzoek werd afgewezen en vervolgens kwam patiënt erachter dat deze man zijn biologische vader was. Deze teleurstelling heeft zijn al langer bestaande boosheid en verdriet over het feit dat hij niet wist wie zijn vader was weer aangewakkerd. Zijn huisgenoten jennen hem ermee dat hij door deze ontdekking is ‘ingestort’.

    Ten tijde van de ontdekking is Frank fulltimestudent met daarnaast een fulltimebaan als ma­ga­zijn­me­de­wer­ker, waarbij hij nachtdiensten draait. Als hij vroeg in de morgen thuiskomt kost het hem moeite om ‘rustig te worden’ en kan hij moeilijk in slaap komen. Hij is vaak gefrustreerd over het feit dat zijn twee huisgenoten veel rommel maken en geregeld bezoek ontvangen in hun kleine studentenhuis. Zijn eetlust is niet veranderd en zijn lichamelijke gezondheid is goed. Zijn cijfers zijn de laatste tijd geleidelijk achteruitgegaan en hij is steeds moedelozer geworden over zijn financiële situatie en over het feit dat hij geen vriendin heeft. Hij heeft nog nooit hulp gevraagd bij de ggz, maar een neef van hem die hem steunt heeft hem nu aangeraden om naar de stu­den­ten­psy­cho­loog te gaan.

    Frank is opgegroeid als enig kind, en opgevoed door zijn moeder en haar familie. Vroeger was hij volgens zichzelf ‘een goede leerling en een populaire jongen’. Op de middelbare school ging het een tijd minder goed doordat zijn moeder drie jaar lang werkloos was en hijzelf experimenteerde met alcohol en cannabis. Hij herinnert zich episoden van zwaar alcoholgebruik op 14-jarige leeftijd en dat hij op 15-jarige leeftijd voor het eerst cannabis gebruikte. Een groot deel van zijn eerste jaar op de universiteit rookte hij dagelijks cannabis; op aandringen van een vriendin is hij later weer gestopt met dat zware gebruik. Ten tijde van het onderzoek drinkt hij nog ‘op zijn tijd een biertje’ en gebruikt hij alleen nog een paar keer per maand cannabis om ‘sociaal te zijn’.

    Bij onderzoek wordt een coöperatieve, netjes geklede en goed verzorgde jongeman gezien die prettig is in de omgang. Hij heeft een rustig, droog gevoel voor humor. Hij is cognitief intact (niet getest), en zijn realiteitsbesef en oor­deels­ver­mo­gen worden als goed beschouwd. Zijn denken is coherent. Er zijn geen aanwijzingen voor een psychose. Hij lijkt over de hele linie bezorgd en geremd, maar glimlacht tijdens het intakegesprek wel een paar keer op momenten dat dit passend is. Er zijn geen moord- of su­ï­ci­den­ei­gin­gen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.