Een autowrak
Robert S. Pynoos, MD, PhD; Alan M. Steinberg, PhD; Christopher M. Layne, PhD
Dylan, een 17-jarige middelbare scholier, wordt naar een psycholoog verwezen vanwege stress als gevolg van het ernstige auto-ongeluk waarbij hij twee weken geleden betrokken is geweest. Op de dag van het ongeluk zat Dylan voorin in de passagiersstoel toen de auto, terwijl deze invoegde vanaf een oprit, werd geraakt door een naderende SUV die met hoge snelheid door een oranje verkeerslicht reed. De auto waarin hij zat werd aan de bestuurderskant geraakt, waarna hij over de kop sloeg en ondersteboven tot stilstand kwam. De botsing van metaal op metaal veroorzaakte extreem hard lawaai. De bestuurder van de auto, een vriend van Dylan, raakte korte tijd bewusteloos en bloedde uit een snee op zijn voorhoofd. Toen Dylan zijn gewonde vriend zag, werd hij bang dat deze dood was. De vriendin die achterin zat probeerde in paniek haar gordel los te krijgen. Het portier aan Dylans kant zat klem en Dylan vreesde dat de auto in brand zou vliegen terwijl hij erin vastzat. Na een paar minuten lukte het Dylan, de bestuurder en de andere passagier om via de portieren uit de auto te komen en zich uit de voeten te maken. Toen zagen ze dat de bestuurder van de SUV niet gewond was en de politie al had gebeld. Een ambulance was onderweg. Alle drie werden ze naar een SEH-afdeling gebracht, waar ze werden onderzocht en behandeld; na een paar uur werden ze ontslagen en overgedragen aan de zorg van hun ouders.
Sinds het ongeluk heeft Dylan geen nacht meer goed geslapen. Hij wordt vaak midden in de nacht wakker met hartkloppingen en beelden van naderende koplampen in zijn hoofd. Hij kan zich moeilijk concentreren en het lukt hem niet zijn huiswerk goed af te krijgen. Zijn ouders, die hem sinds kort met de auto naar school brengen, valt het op dat Dylan iedere keer dat zij invoegen vanuit een oprit of een kruising oversteken, angstig wordt. Hoewel hij kortgeleden met rijlessen is begonnen, weigert hij nu om verdere lessen te nemen. Verder is hij ongebruikelijk ontvlambaar tegen zijn ouders, zijn jongere zusjes en zijn vrienden. Een paar dagen geleden ging hij naar de bioscoop, maar is hij de zaal al uitgelopen voordat de film was begonnen; hij klaagde erover dat het geluid te hard stond. Zijn bezorgde ouders proberen met hem over zijn stress te praten, maar hij kapt dat geërgerd af. Als een leraar hem na een slecht cijfer voor een belangrijk proefwerk adviseert om naar een psycholoog te gaan, accepteert hij dit voorstel wel.
Tijdens het gesprek vertelt Dylan nog meer moeilijkheden te ervaren. Hij baalt ervan dat hij ‘zenuwachtig’ reageert op harde geluiden en hij kan het beeld van zijn gewonde, niet reagerende vriend maar niet van zich afzetten. Hij voelt golven van woede jegens de bestuurder van de SUV. Hij vertelt dat hij het gênant vindt en teleurgesteld is in zichzelf dat hij ertegen opziet om te oefenen met autorijden. Verder vertelt hij dat hij vijf jaar geleden getuige is geweest van de bijna-verdrinking van een van zijn jongere zusjes. En dat het vorige maand een jaar geleden is dat zijn opa is overleden.