God heeft mij genezen!

    Stephen J. Ferrando, MD

    Stan Lenferink, een 27-jarige free­lan­ce­re­dac­teur, wordt door zijn bezorgde partner naar de hiv-poli gebracht, waar hij al lange tijd bekend is. Als patiënt de wachtruimte van de poli binnenkomt, roept hij: ‘God heeft mij genezen! Ik kan stoppen met mijn antivirale middelen!’

    Terwijl patiënt nauwelijks op zijn stoel kan blijven zitten en verwoed op een geel notitieblok zit te schrijven, doet zijn partner verslag van de recente gebeurtenissen. Hij vertelt dat het goed ging met patiënt tot ongeveer een maand geleden. Op dat moment begon hij met een relatief grote spoed­re­dac­tie­op­dracht. Na ongeveer tien dagen met weinig slaap, werd patiënt gespannen, een beetje gedreven en begon hij ‘glazig uit zijn ogen’ te kijken. Die avond zijn ze samen naar een feestje geweest om de voltooiing van het project te vieren. Ondanks dat patiënt jarenlang naar AA-bijeenkomsten is geweest en geen drugs meer heeft gebruikt, heeft hij op die avond een stimulerend middel, methamfetamine (crystal meth), genomen. Omdat patiënt acuut angstig en achterdochtig werd over dat zij zouden worden achtervolgd, heeft hij drie martini’s gedronken. Desondanks kon hij die nacht niet slapen. De daaropvolgende dagen werd patiënt minder achterdochtig, maar hij leek steeds meer afgeleid en zijn spraak werd meer gedreven.

    Het werk van patiënt kwam terug met meerdere negatieve opmerkingen en verzoeken om correctie. In plaats van zich te richten op het redigeren, bleef hij echter laat op om zich vast te bijten in het vinden van een remedie voor hiv. In de sportschool, waar hij een groot gedeelte van de dag was geweest, had hij ongepaste hyperseksuele avances gemaakt naar andere mannen. Hij besloot om vi­ta­mi­ne­sup­ple­men­ten in te nemen in plaats van voedsel en zijn antiretrovirale middelen, en is daardoor zeker 2,5 kilo afgevallen. Hij weigerde naar de spoedeisende hulp te gaan, maar had uiteindelijk ingestemd om mee te gaan naar zijn gewone hiv-poliafspraak, zodat hij de artsen kon laten zien hoe goed het met hem ging ondanks dat hij al ruim een maand geen medicatie meer had geslikt.

    In de psychiatrische anamnese van patiënt komen geen eerdere overduidelijke manieën voor, maar hij is als tiener depressief geweest in de tijd dat hij uit de kast kwam. Tijdens die episode had hij met opzet een overdosis genomen, waarna hij twee weken in een psychiatrische instelling opgenomen is geweest en werd behandeld met een antidepressivum en psychotherapie. Hij stopte met de medicatie omdat dit hem ‘hyper en gespannen’ maakte en beëindigde de psychotherapie ‘omdat dat geen zin had’. Hij heeft enkele jaren regelmatig methamfetamine gebruikt, waarna hij meerdere keren onbeschermde seks met vreemden heeft gehad.

    Op 22-jarige leeftijd kreeg hij de diagnose hiv, waarna hij poliklinisch afkickte. Sindsdien heeft hij geen stimulantia en alcohol meer gebruikt. Zijn laagste CD4-lym­fo­cy­ten­ge­hal­te was 216 cellen/mm3 op 24-jarige leeftijd; zijn viral load was toen 1,6 miljoen kopieën. Naar verluidt heeft hij zich sindsdien aan zijn antiretrovirale medicatie gehouden. Zijn recentste CD4-lym­fo­cy­ten­ge­hal­te, zes maanden voor deze episode begon, was 526 cellen/mm3. Zijn viral load was toen niet detecteerbaar. Hij had wel last van vermoeidheid maar had geen aids­ge­re­la­teer­de ziekten. Een MRI-scan van de hersenen laat enige corticale atrofie zien en er zijn meer afwijkingen in de pe­ri­ven­tri­cu­lai­re witte stof dan op basis van zijn leeftijd kan worden verwacht. De partner van patiënt weet niet zeker wanneer patiënt met zijn antiretrovirale medicatie is gestopt, maar denkt wel dat dit een aantal maanden geleden is. Hij vraagt zich ook af of patiënt het afgelopen jaar op cognitief vlak ‘een stapje achteruit’ is gegaan.

    Voor de familieanamnese van patiënt is van belang dat de tante aan moederszijde lithium heeft gebruikt en dat zij een aantal keren elek­tro­con­vul­sie­the­ra­pie heeft ondergaan, maar haar diagnose is niet bekend.

    Bij onderzoek wordt een slordig geklede jongeman gezien die een gedreven onsamenhangend verhaal vertelt over de gebeurtenissen van de voorafgaande maand. Hij weigert cognitieve onderzoeken te ondergaan en zijn realiteitsbesef en oor­deels­ver­mo­gen lijken gering. Anamnestisch zijn er geen aanwijzingen voor hallucinaties of suïcidale of homicidale gedachten. Hij is moeilijk aan te sturen en voor zijn doen ongewoon prikkelbaar en geringschattend. Hij is gepreoccupeerd met het vinden van een remedie voor hiv door middel van multivitaminen en li­chaams­be­we­ging.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.