Episodische depressiviteit
Victoria E. Cosgrove, MD; Trisha Suppes, MD, PhD
Petra Koster is een gehuwde 43-jarige bibliothecaresse, die naar een ambulante ggz-instelling is verwezen met een lange voorgeschiedenis van episodische depressiviteit. Haar recentste klacht is een depressieve stemming sinds zij is begonnen in haar nieuwe baan. Ze vertelt dat ze erg bezig is met het idee dat haar nieuwe baas en collega’s denken dat ze geen goed werk levert, te langzaam en niet vriendelijk is. Thuis heeft ze ook geen energie of zin om dingen te ondernemen en in plaats van met haar kinderen te spelen of met haar man te praten, blijft ze urenlang tv-kijken, eet ze te veel en slaapt ze bovenmatig veel. Hierdoor is zij in slechts drie weken tijd bijna drie kilo aangekomen, waardoor ze zich nog slechter over zichzelf is gaan voelen. Ze moest meerdere keren per week huilen, wat voor haar het teken was ‘dat de depressie weer terug was’. Ze begon ook geregeld aan de dood te denken, maar heeft nooit een suïcidepoging gedaan.
Patiënte zegt dat haar geheugen haar over de depressieve perioden een beetje in de steek laat; daarom heeft ze haar man meegenomen, die zij al sinds haar studietijd kent. Ze zijn het eens dat zij voor het eerst in haar tienerjaren depressief is geworden en daarna minstens vijf afzonderlijke depressieve perioden in haar volwassen leven heeft meegemaakt. Tijdens deze episoden had zij een sombere stemming, energieverlies, gebrek aan motivatie, verhoogde slaapbehoefte en eetlust, diepe schuldgevoelens, een verminderde behoefte aan seks en, in lichte tot matige ernst, suïcidegedachten zonder plan. Tijdens haar depressieve episoden waren er ook geregeld perioden met ‘te veel’ energie, prikkelbaarheid, snel denken en veel praten. Deze episoden met overmatige energie konden uren, dagen of een paar weken aanhouden. Tijdens deze perioden ging de sombere stemming niet weg, maar kon ze ‘tenminste toch een paar dingen doen’.
Desgevraagd beschrijft de man van mevrouw Koster duidelijk herkenbare perioden waarin zijn vrouw ongewoon opgewonden, blij en zelfverzekerd is geweest, alsof zij ‘iemand anders’ was. Ze sprak snel, leek vol energie en optimisme, werkte zich efficiënt door alle dagelijkse werkzaamheden heen, en begon aan nieuwe projecten (en maakte die ook vaak af). Ze had weinig slaap nodig en was de volgende dag nog steeds enthousiast. Mevrouw Koster herinnert zich die perioden ook, maar zegt dat ze ‘normaal’ voelden. Het enige moment waarop patiënte tijdens het onderzoek lacht, is wanneer ze antwoord geeft op een vraag over hyperseksualiteit; ze zegt dat haar man haar goede perioden als deel van haar ziekte lijkt te zien, maar dat hij tijdens één van de langste episoden (ongeveer zes dagen) tijdens hun studie, toen ze nog maar net met elkaar omgingen, niet had geklaagd. Daarna, zegt patiënte, kwamen deze episoden ‘vrij regelmatig’ voor en duurden ze ongeveer twee tot drie dagen.
Vanwege haar periodieke somberheid en gedachten over de dood, is ze ongeveer sinds haar 16de bij diverse psychiaters in behandeling geweest. Psychotherapie werkte doorgaans ‘goed’ maar wanneer ze weer een depressieve episode had, kon ze niet meer op consult komen en stopte ze daar gewoon mee. Door drie behandelingen met antidepressiva, elk met een adequate dosering en duur (zes maanden tot drie jaar), klaarde de depressiviteit steeds korte tijd op, waarna een terugval volgde. Zowel individueel als in het gezelschap van haar man, zegt patiënte in het verleden geen alcohol of middelen te hebben gebruikt. Een tante en haar opa van vaderszijde zijn herhaaldelijk opgenomen geweest vanwege een manie, maar patiënte voegt daar snel aan toe dat ze ‘helemaal niet op hen lijkt’.
Bij onderzoek wordt een goed verzorgde vrouw met licht overgewicht gezien, die vaak haar ogen afwendt en zacht spreekt. Haar realiteitsbesef en oordeelsvermogen zijn intact. Er zijn geen hallucinaties. Het denken is coherent, maar mogelijk iets vertraagd. Er zijn geen wanen. Haar stemming is somber met een verdrietig en ingeperkt affect. Er zijn passieve suïcidegedachten, zonder aanwijzingen voor achterdocht, hallucinaties of wanen. Haar bewegingen zijn ingehouden en ze maakt geen handgebaren.