Een ‘typische’ alcoholist

    Marc A. Schuckit, MD

    Bespreking

    De heer Tensen heeft op het eerste gezicht minstens twee DSM-5-stoornissen. De eerste is een stoornis in alcoholgebruik, die blijkt uit zijn mislukte pogingen om het gebruik te beperken, de excessieve hoeveelheid tijd die hij onder invloed doorbrengt of waarin hij moet herstellen van de effecten van de alcohol, en het doorgaan van het gebruik ondanks de problemen die dit oplevert. Bij het onderzoek heeft patiënt, ondanks dat hij zich al drie dagen onthoudt van alcohol, geen klinisch significante symptomen van het al­co­ho­lont­trek­kings­syn­droom, en hij geeft aan ook bij eerdere pogingen om te stoppen met drinken geen last van ont­trek­kings­symp­to­men te hebben gehad.

    Een tweede classificatie heeft met zijn stem­mings­symp­to­men te maken. Patiënt voldoet aan de criteria voor een depressieve episode, die ongeveer zes maanden geleden is begonnen. Hij beschrijft een aanhoudend sombere stemming, verminderde interesse in activiteiten, insomnia door tussentijds wakker worden, een verminderd con­cen­tra­tie­ver­mo­gen en vermoeidheid. De afgelopen vijf jaar heeft hij ‘meerdere’ van dit soort episoden meegemaakt, waarvan hij steeds binnen vier tot zes weken na abstinentie van alcohol spontaan herstelde.

    Het is van belang om onderscheid te maken tussen depressieve episoden die alleen optreden binnen het kader van zwaar alcoholgebruik en episoden die zich onafhankelijk van excessief drinken ontwikkelen. Die laatste vorm zal bij iemand met een stoornis in alcoholgebruik waarschijnlijk hetzelfde beloop hebben als een willekeurige andere depressieve episode, met een vergelijkbare duur en een vergelijkbare reactie op de gebruikelijke behandelingen. Depressieve stoornissen die zich ontwikkelen tijdens perioden van zwaar drinken — zoals bij patiënt — zijn anders. ‘Depressieve-stem­mings­stoor­nis door alcohol’ is dan een betere benaming, en bij dit soort episoden is er een grote kans dat ze binnen enkele weken tot een maand na onthouding van de alcohol afnemen in ernst of helemaal overgaan. Er zijn maar weinig aanwijzingen dat bij dit soort depressieve stoornissen antidepressieve medicatie noodzakelijk is, en wanneer de betrokkene eenmaal stopt met zwaar drinken, nemen de depressieve symptomen waarschijnlijk sneller af tot onder een niveau waarin nog van een depressieve episode kan worden gesproken dan het de medicatie kost om haar werk te doen. Subklinische symptomen (zoals minder goed slapen) kunnen wel persisteren, maar nemen af naarmate de betrokkene langer nuchter is. Als patiënt een maand na het staken van het alcoholgebruik nog steeds zou voldoen aan criteria voor een depressieve stoornis, zou zijn ziektebeeld als een onafhankelijke depressieve stoornis worden beschouwd, hoewel de clinicus het alcoholgebruik ook dan als een luxerende factor kan beschouwen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.