Een ‘typische’ alcoholist
Marc A. Schuckit, MD
Matthijs Tensen is een 45-jarige loodgieter die is doorverwezen voor psychiatrisch onderzoek nadat de andere gezinsleden bij de huisarts uiting hebben gegeven aan bezorgdheid over zijn volgens hen uit de hand lopende problemen met alcohol. Volgens patiënt heeft hij sinds hij drie dagen geleden deze afspraak heeft gemaakt niet meer gedronken.
Vanaf de middelbare school heeft patiënt twintig jaar lang meestal drie tot vijf blikjes bier per avond gedronken, vijf avonden per week. De laatste zeven jaar heeft hij bijna dagelijks alcohol ingenomen en bedroeg zijn gebruik gemiddeld zes blikjes bier op doordeweekse avonden en twaalf in het weekend en op feestdagen. Zijn vrouw heeft al herhaaldelijk te kennen gegeven dat ze zich zorgen maakt dat patiënt volgens haar ‘te veel drinkt’, maar ondanks dat hij wel heeft geprobeerd om zijn alcoholconsumptie te verminderen, brengt hij nog steeds een groot deel van zijn weekend drinkend door, waardoor hij soms familiebijeenkomsten moet afzeggen en ’s avonds vaak voor de tv in slaap valt. Op zijn werk is hij echter wel productief gebleven en hij heeft zich nog nooit ziek gemeld. In veel opzichten is zijn verhaal een voorbeeld van de ‘typische alcoholist’. In de afgelopen vier jaar heeft patiënt twee keer een maand lang niet gedronken. Beide keren is hij ‘van de ene dag op de andere helemaal gestopt’ nadat zijn vrouw haar bezorgdheid over het drinken had uitgesproken. Patiënt zegt geen van beide keren symptomen van het alcoholonttrekkingssyndroom te hebben gehad.
In de zes maanden voorafgaand aan het onderzoek is patiënt prikkelbaar, vermoeid, ontstemd en bezorgd geworden op een manier die hij niet van zichzelf kent. Hij kan niet meer genieten van zijn gewoonlijke activiteiten, waaronder ook eten en seks, en kan zich moeilijk concentreren. Verder reageert hij emotioneler op stress dan anders en uit hij ongegronde bezorgdheid over de toekomst van zijn bedrijf. Hij wordt vaak om 2.00 uur ’s nachts wakker en kan dan moeilijk weer in slaap komen.
De heer Tensen en zijn vrouw vertellen dat deze periode van neerslachtigheid nu zes maanden duurt, maar dat hij de afgelopen vijf jaar al eerder dit soort episoden heeft meegemaakt, die steeds vier tot zes weken duurden. Vóór die eerste episode, vijf jaar geleden, heeft hij dit soort klachten nooit gehad, bevestigt ook zijn vrouw.
Patiënt is achttien jaar getrouwd en heeft een dochter van 17 jaar. Hij heeft een mavodiploma en heeft daarna nog twee jaar onderwijs gevolgd aan een school voor middelbaar beroepsonderwijs; momenteel is hij eigenaar van een goedlopend loodgietersbedrijf. Patiënt zegt dat hij in het verleden geen andere problemen heeft gehad met zijn psychische of lichamelijke gezondheid, en ook geen manie of suïcidepogingen. Dit is de eerste keer dat hij een psychiater bezoekt.
De huisarts heeft tijdens een recente jaarlijkse controle een licht verhoogde bloeddruk geconstateerd (135/92), een gamma-GT van 47 U/l, en een MCV van 92,5 fl. Afgezien hiervan levert het laboratoriumonderzoek geen bijzonderheden op.
Tijdens de eerste ontmoeting is patiënt netjes gekleed, onderhoudt hij goed oogcontact en zijn er geen aanwijzingen voor verwardheid of psychotische symptomen. Hij is cognitief intact en laat ook zien dat hij begrijpt welke effecten de alcohol op hem heeft. Als hij over zijn toekomst praat, schieten de tranen hem in de ogen, en hij bevestigt dat hij zich de afgelopen zes maanden het grootste deel van de dag of regelmatig neerslachtig heeft gevoeld, zonder suïcidale gedachten of plannen.
Lichamelijk onderzoek door de psychiater levert een normale polsfrequentie, geen tremor of zweten en slechts een licht verhoogde bloeddruk op.