Haar uittrekken

    Dan J. Stein, MD, PhD

    Zoë Olivander is een jonge vrouw van 22 jaar die zich bij haar huisarts meldt nadat ze in een tijdschrift een artikel heeft gelezen over tri­cho­til­lo­ma­nie (de haar­uit­trek­stoor­nis). Tot nu toe heeft ze, behalve haar moeder, nooit iemand over het haar uittrekken verteld, maar volgens het tijdschrift betreft het een veelvoorkomend probleem dat goed behandelbaar is. Zelf is patiënte er pessimistisch over of er iets tegen te doen is, maar ze heeft met haar moeder afgesproken om toch hulp te zoeken.

    Het haar uittrekken van patiënte treedt het vaakst op als ritueel na thuiskomst van haar werk. Ze gaat dan op zoek naar haren op haar kruin met een bepaalde textuur (al trekt ze daarnaast ook haren uit haar wenkbrauwen, wimpers en schaamstreek). Als de haar er met wortel en al uitkomt voelt ze een intense opluchting. Gewoonlijk bijt ze de haarwortel dan af en slikt de rest van de haar door. Maag-darmklachten na het doorslikken van haar heeft ze nog nooit gehad. Ze zegt dat het haar uittrekken op 12-jarige leeftijd is begonnen en dat ze nog nooit iemand heeft ontmoet die iets dergelijks ook deed.

    Patiënte heeft erg haar best gedaan om met het gedrag te stoppen en heeft dit ook een paar keer enkele maanden volgehouden. Als het haar uittrekken dan toch weer de kop opstak, was ze vol schaamte en boos op zichzelf. De kale plek op haar hoofd bedekt ze met sjaaltjes en hoofddeksels, maar meestal ontloopt ze contacten met vriendinnen en vriendjes, om zo te voorkomen dat ze wordt betrapt.

    Depressieve symptomen heeft patiënte nooit gehad, ook niet op momenten dat ze moedeloos werd van haar gedrag. Afgezien van haar vrees om te worden betrapt, is er geen sprake van prominent aanwezige angst. Patiënte heeft geen obsessies, compulsies, verzamelgedrag, tics en preoccupaties met lichamelijke gebreken of het hebben van een ziekte. Ook is er, noch bij patiënte zelf noch bij haar naaste familie, sprake van een voor­ge­schie­de­nis van ander lichaamsgericht repetitief gedrag, zoals op de lippen bijten of op de wang kauwen.

    Op de vraag wat ze zou doen als ze niet de ‘juiste’ haar zou vinden om uit te trekken, geeft ze toe dat ze in dat geval vaak aan haar huid of aan een korstje pulkt. Als het korstje precies op de goede manier loslaat, geeft dat haar een gevoel van opluchting dat lijkt op wat ze tijdens het haar uittrekken ervaart. Soms kauwt ze ook op de korstjes en slikt ze die door. Patiënte krabt vaak aan korstjes op haar rug, zodat anderen de hierdoor ontstane littekentjes niet zo snel zullen zien. Toch heeft de littekenvorming er wel toe geleid dat ze strandfeestjes, dates en andere situaties waarin haar gedrag kan worden ontdekt, vermijdt.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.