Pijnlijk suïcidaal
Elizabeth L. Auchincloss, MD
Kirstin Fernanda is een 50-jarige getrouwde vrouw van Antilliaanse afkomst die zich op aandringen van haar ambulante psychiater meldt bij de spoedeisende hulp (SEH), nadat ze hem heeft verteld dat ze had overwogen een overdosis Advil te nemen.
Op de spoedeisende hulp vertelt ze aan de psychiater dat ze ‘doodgaat van de pijn’ in haar rug sinds ze een paar dagen geleden is gevallen in de groentewinkel van haar familie, waar ze al vele jaren werkt. Door de val is ze down en gedeprimeerd geworden, maar op andere vragen naar depressieve symptomen, behalve een sombere stemming, antwoordt ze ontkennend. Ze vertelt uitvoerig over de val, en hoe die haar herinnert aan een andere val van enkele jaren daarvoor. Destijds was ze ervoor naar een neurochirurg gegaan, die haar had geadviseerd om rust te nemen en NSAID’s te gebruiken. Ze zegt dat ze zich destijds door hem ‘in de steek gelaten en onverschillig behandeld’ heeft gevoeld. Door de pijn heeft ze minder kunnen sporten en tot haar ongenoegen kwam ze steeds meer aan. Tijdens haar verhaal over de gebeurtenissen rond deze val begint patiënte te huilen.
Op de vragen naar haar suïcidale uitingen tegen de behandelende psychiater zegt ze dat het ‘niets was’. Volgens haar was dit ‘alleen maar een dreigement’ aan het adres van haar man, om ‘hem een lesje te leren’ omdat ‘hij niet met me meevoelt’ en haar sinds de val niet had gesteund. Ze houdt vol dat haar opmerkingen over de overdosering geen andere betekenis hadden. Als de psychiater op de SEH zijn zorgen uit over de mogelijkheid dat ze zichzelf doodt, roept ze met een glimlach: ‘Nou, gos, ik had niet verwacht dat het zoiets ernstigs zou zijn. Dat moet ik dus maar niet meer doen.’ Ze haalt haar schouders op en lacht. Ze praat verder over hoe ‘lief en aardig’ het is dat er zo veel dokters en maatschappelijk werkers naar haar verhaal hebben willen luisteren, waarbij ze velen van hen bij de voornaam noemt. Ze gedraagt zich ook wat flirterig ten opzichte van de co-assistent psychiatrie, die tegen haar gezegd zou hebben dat ze de ‘best geklede vrouw op de SEH’ was.
Volgens de ambulant psychiater bij wie ze al drie jaar komt, heeft ze nooit eerder suïcidale gedachten geuit tot afgelopen week, en zou hij haar de komende tijd niet kunnen zien omdat hij de volgende dag met vakantie gaat. Volgens haar man praat patiënte over suïcide ‘zoals andere mensen klagen over het weer’. ‘Ze wil alleen maar dat ik bezorgd raak, maar dat werkt niet meer.’ Hij zegt dat hij haar nooit naar de spoedeisende hulp zou hebben gestuurd en dat haar psychiater overdreven gereageerd heeft.
Patiënte heeft op haar 47ste voor het eerst om ambulante psychotherapie gevraagd omdat ze zich gedeprimeerd voelde en niet gesteund door haar man. Tijdens de drie jaren van ambulante behandeling zijn bij haar de middelen sertraline, escitalopram, fluoxetine en paroxetine in adequate doseringen geprobeerd. Deze leken geen van alle aan te slaan.
Patiënte beschrijft zichzelf als ‘vroeg rijp’. Ze werd seksueel actief met oudere mannen toen ze nog op de middelbare school zat. Ze zegt dat ze niets ooit leuker had gevonden dan uitgaan met mannen en dat ze het wel miste om te zien hoe mannen ‘zich in allerlei bochten wrongen’ om met haar naar bed te kunnen. Ze woont nu bij haar 73-jarige man. Haar 25-jarige zoon woont vlakbij met zijn vrouw en jonge zoontje. Ze beschrijft haar man als een ‘heel beroemde’ muzikant. Ze zegt dat hij haar nooit met het huishouden of de opvoeding heeft geholpen en geen waardering heeft voor alle inspanningen die ze heeft gedaan voor de opvoeding van hun zoon en kleinzoon.