Verlegenheid

    J. Cristopher Perry, MPH, MD

    Mathilde Hekking is een 23-jarige vrouw die voor een psychiatrisch consult is doorverwezen om haar ‘te helpen uit haar schulp te breken’. Ze is onlangs naar een andere stad verhuisd om een opleiding te volgen tot industrieel laborant. Ze is bij een oudere nicht van haar gaan wonen die tevens psychotherapeut is, en die vond dat ze ‘eropuit moest om van haar jeugd te genieten’.

    Hoewel ze in het verleden wel medicatie heeft gekregen tegen angst, vindt patiënte dat haar werkelijke probleem ‘verlegenheid’ is. Op school heeft ze het moeilijk gehad omdat iedereen constant ‘kritiek’ op haar had. Ze zorgde ervoor niet aan de beurt te komen in de klas, omdat ze zeker wist dat ze dan ‘iets stoms zou zeggen’ en zou gaan blozen, en dat iedereen haar uit zou lachen. Ze verheft haar stem niet en vermijdt te­le­foon­ge­sprek­ken, omdat ze zich zorgen maakt over hoe haar stem zal klinken. Ze is als de dood voor spreken in het openbaar.

    Met vrienden is ze net zo terughoudend. Ze zegt dat ze altijd al iemand is geweest die het anderen naar de zin maakt en haar eigen gevoelens liever verbergt achter een opgewekte, meegaande en attente manier van doen. Ze heeft een paar vriendschappen, die ze beschrijft als ‘warm en voor het leven’. Sinds haar recente verhuizing voelt ze zich eenzaam. Ze heeft nog niemand van haar school of woonomgeving leren kennen.

    Ze vertelt dat ze het twee jaar tevoren heeft uitgemaakt met haar eerste serieuze vriend. Hij was in eerste instantie ‘vriendelijk en geduldig’ geweest en via hem had ze een sociaal leven. Algauw nadat ze bij hem was ingetrokken bleek hij echter een ‘alcoholist met een kwade dronk’ te zijn. Sinds die ervaring heeft ze geen vriendjes meer gehad.

    Patiënte is in een buitenwijk opgegroeid bij haar ouders en drie oudere brussen. Haar broer was ‘hyperactief en antisociaal’ en eiste ieders aandacht op, terwijl haar zussen ‘hy­per­com­pe­ti­tief en perfect’ waren. Haar moeder was meegaand en zorgelijk, ‘zoals ik’. De vader van patiënte was een succesvol ver­mo­gens­be­heer­der die zijn kinderen vaak vertelde waarom ze niet aan zijn verwachtingen voldeden. Hij kon bemoedigend zijn, maar had meestal geen oog voor emotionele onzekerheid en hield meer van ‘flink en optimistisch zijn’. Het dagelijks leven in het gezin ‘bestond uit’ elkaar plagen en de loef afsteken en, zo zegt patiënte: ‘Het hielp ook niet bepaald dat ik naar die kakschool moest waar mijn oudere zussen hadden geschitterd en waar iedereen rijk is en kattig.’ Ze ontwikkelde een sterke over­ge­voe­lig­heid voor kritiek en mislukking.

    Tijdens haar eindexamenjaar gingen haar ouders uit elkaar. Haar vader trouwde al snel daarna met een andere vrouw. Hoewel ze van plan was geweest naar dezelfde universiteit en elitaire stu­den­ten­ver­e­ni­ging te gaan als haar oudere zussen, koos ze er op het laatste moment toch voor naar een plaatselijke hbo-opleiding te gaan. Ze vertelt dat het haar goed heeft gedaan om van al dat competitieve gedoe af te zijn en dat haar moeder haar steun goed kon gebruiken.

    Patiënte haalde hoge cijfers in haar hoofdvak scheikunde, vooral sinds een van de oudere lectoren speciale belangstelling voor haar kreeg. Ook heeft ze veel geleerd over sporten en overleven in de buitenlucht, door kampeerreizen met het gezin, en heeft ze gemerkt dat ze er graag opuit trekt in de bossen, waar ze haar on­af­han­ke­lijk­heid voelt groeien. Verder past ze graag op en werkt ze met plezier als vrijwilliger in een dierenasiel, omdat ‘kinderen en dieren alles waarderen wat je doet en niet onaardig doen’.

    Bij onderzoek wordt een goed geklede jonge vrouw gezien die wat klein van stuk is en oplettend is. Er is geen sprake van manifeste psy­cho­pa­tho­lo­gi­sche symptomen. Ze glimlacht veel, vooral als ze over dingen praat die de meeste mensen kwaad zouden maken. Bij een opmerking die de psychiater bij wijze van test maakt, waarin hij een verband legt tussen de angst die patiënte momenteel ervaart en haar ervaringen met haar vader, lijkt de patiënt in stilte erg van streek. Na een aantal van dit soort momenten wordt de psychiater bang dat interpretatieve opmerkingen van zijn kant al snel als kritiek worden ervaren en wil hij nagaan of ze de neiging heeft gevoelige onderwerpen te vermijden. Door dat expliciet met haar te bespreken, ontspant zowel de patiënte als de psychiater en kan het gesprek zich productiever voortzetten.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.