Verslaving
Petros Levounis, MD, MA
Onno Vinkhout heeft zichzelf nooit als een verslaafde beschouwd. Naar eigen zeggen heeft hij altijd ‘de regie over zijn leven’ gehad. Op de leeftijd van 35 jaar heeft hij als eigenaar van verschillende franchiseformules voor kleding financieel zijn zaakjes goed op orde. Hij bewoont met zijn ex-partner een luxueus koopappartement in de hoofdstad, doet dagelijks aan sport, heeft een groep goede vrienden met wie hij veel omgaat en heeft, hoewel hij momenteel single is, het idee nog niet opgegeven dat hij op een dag (en liefst binnen niet al te lange tijd) de perfecte man zal vinden om zijn leven mee te delen. Patiënt is bij zijn Limburgse, conservatief rooms-katholieke familie uit de kast gekomen toen hij 19 jaar was. Zijn ouders hadden al een hele tijd voor hij het hun vertelde het vermoeden dat hij homoseksueel was en namen dit voor hen dus niet-schokkende nieuws redelijk goed op. Hun grootste zorg was dat hun zoon vanwege zijn seksuele voorkeur misschien zou worden gediscrimineerd of gekwetst, en veroordeeld zou zijn tot een leven in eenzaamheid. Niets bleek echter minder waar: patiënt draagt met trots uit dat hij gay is en heeft een druk uitgaansleven.
Nu de heer Vinkhout tot de conclusie is gekomen dat hij een probleem heeft met het gebruik van een middel, pakt hij dit op dezelfde manier aan als hoe hij met de meeste andere problemen in zijn leven is omgegaan: hij gaat er direct de confrontatie mee aan. Voor het eerst in zijn leven besluit hij naar een psychiater te gaan.
Patiënt beschrijft een patroon van weekends waarin alles draait om drugs en seks. Op vrijdag- en zaterdagavonden — en soms ook op doordeweekse dagen — gaat hij met vrienden uit eten en vervolgens naar een club of een feest bij iemand thuis. Op zo’n avond drinkt hij over het algemeen drie tot vier mixdrankjes en vier tot vijf glazen wijn. Zonder de alcohol zou hij zonder problemen ‘nee’ kunnen zeggen tegen de drugs, maar, zo stelt hij: ‘Als ik eenmaal in de stemming ben en iemand heeft coke — en er is altijd wel iemand die coke heeft — dan gebruik ik. En dan gaat mijn hart tekeer, en doe ik alles wat ik maar kan om iemand te versieren. Vroeger ging ik het internet op, maar tegenwoordig gebeurt het allemaal op Grindr.’*
Alles bij elkaar drinkt patiënt drie tot vier keer per week en gebruikt hij even vaak cocaïne, en daarnaast gebruikt hij nog af en toe ‘crystal’ en ‘badzout’.** Op maandagmorgen lukt het hem nauwelijks om op tijd te komen voor vergaderingen, laat staan dat hij deze kan voorbereiden, en hij probeert al zes maanden zonder succes zijn cocaïnegebruik te verminderen.
Sinds patiënt is begonnen met het regelmatig gebruiken van cocaïne is hij afgevallen en heeft hij moeite met slapen. Hij maakt zich zorgen dat het vele trainen in de sportschool straks voor niets zal zijn geweest. Zijn bedrijf loopt nog steeds goed, maar zijn eigen effectiviteit op het werk is afgenomen. En, het allerbelangrijkst: als hij onder invloed is van de stimulantia doet hij aan onveilige seks, en nu maakt hij zich zorgen dat hij seropositief is.
* Grindr is een smartphoneapp waarin gps wordt gebruikt om mensen met dezelfde seksuele voorkeur die bij elkaar in de buurt wonen te vinden en contact met ze te leggen.
** ‘Crystal’ is straattaal voor crystal methamfetamine; ‘badzout’ is een mengsel van meerdere synthetische stimulantia.