Spirituele hallucinaties
Lianne K. Morris Smith, MD; Dolores Malaspina, MD, MPH
Harold Caarls is een 25-jarige veteraan die inmiddels een hbo-opleiding volgt. Hij komt samen met zijn vriendin en zijn zus naar de spoedeisende hulp (SEH). Bij het onderzoek wordt een lange, slanke, verzorgd ogende, brildragende jongeman gezien. Hij praat zacht en met steeds langere tussenpozen. Zijn affect is vlak, behalve wanneer hij over zijn symptomen praat; dan wordt hij angstig.
Patiënt vertelt dat zijn zus hem heeft gezegd dat hij naar de SEH moest gaan. Hij kan wel een check-up gebruiken, zegt hij, want hij heeft al dagenlang migraine en ‘hallucinaties van spirituele aard’ die al drie maanden duren. Zijn hoofdpijn omschrijft hij als ‘scherpe scheuten’ op diverse plekken aan beide kanten van zijn hoofd en een ‘rinkelend’ geluid precies in het midden van zijn hersenen dat erger lijkt te worden als hij aan zijn slechte kanten denkt.
Zijn slechte kanten omschrijft hij als ‘alcohol, sigaretten, geen respect hebben voor mijn ouders en meisjes’. Hij antwoordt ontkennend op de vragen of hij zich over zijn militaire missie in Afghanistan schuldig of angstig voelt of er erg mee bezig is, maar vier maanden eerder heeft hij zich aangesloten bij een evangelisch kerkgenootschap omdat hij zich ‘vreselijk schuldig voelde’ over ‘alles wat ik heb gedaan’. Drie maanden geleden begon hij vrijwel dagelijks ‘stemmen te horen die me een schuldgevoel proberen aan te praten’. De laatste auditieve hallucinaties traden gisteren nog op. De afgelopen drie maanden heeft hij gemerkt dat hij van vreemden commentaar kreeg over zijn ‘begane zonden’.
Volgens patiënt zijn de migraine en zijn schuldgevoel waarschijnlijk te wijten aan het stoppen met drinken. Hij heeft jarenlang vrijwel dagelijks drie of vier blikjes bier gedronken tot hij er vier maanden geleden mee is ‘gestopt’ nadat hij zich bij de kerk had aangesloten. Hij drinkt nu om de week één of twee biertjes, maar voelt zich daar na afloop schuldig over. Hij antwoordt ontkennend als hem wordt gevraagd of hij onttrekkingssymptomen heeft zoals tremoren of transpireren. Hij heeft jarenlang hoogstens tweemaal per maand cannabis gerookt maar is daar helemaal mee gestopt sinds hij bij de kerk is. Hij zegt geen andere drugs te gebruiken, behalve dat hij drie jaar geleden één keer cocaïne heeft gebruikt, maar dat had hem weinig gedaan. Hij slaapt goed, behalve als hij soms een opdracht voor zijn studie moet afmaken; dan slaapt hij maar een paar uur.
Verder blijkt patiënt geen depressieve, manische of psychotische symptomen, of gewelddadige ideeën te hebben. Hij heeft evenmin symptomen van een posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Op de vraag of hij onder druk staat vanwege stress vertelt hij dat hij zich soms overvraagd voelt door zijn huidige verantwoordelijkheden, zowel die voor zijn studie als de vrijwel dagelijkse bezigheden voor de kerk. Hij haalde aan het begin van het jaar altijd hoge cijfers, minstens een acht, maar nu zijn dat zevens of zesjes.
Met de vriendin van patiënt en zijn zus wordt apart gesproken. Zij vinden allebei dat patiënt zich sociaal heeft geïsoleerd en dat hij stiller is geworden, terwijl je vroeger altijd veel lol met hem kon hebben en hij erg gezellig was. Hij is hiervoor nooit erg gelovig geweest. Volgens zijn zus wordt hij door de kerk ‘gehersenspoeld’, maar zijn vriendin is een paar keer met hem mee geweest naar een kerkdienst. Zij vertelt dat meerdere mensen uit de kerkgemeente haar hebben gezegd dat ze wel vaker praten met mensen die zich schuldig voelen over hun gedrag, maar dat ze nog nooit hadden gesproken met iemand die hallucinaties heeft; zij maakten zich zorgen over hem.
Een algemeen lichamelijk en een globaal neurologisch onderzoek leveren geen bijzonderheden op; hetzelfde geldt voor een routinelaboratoriumonderzoek, de bloedalcoholconcentratie en een toxicologisch onderzoek van de urine. De CT-scan van het hoofd was normaal.*