Angst
Holly A. Swartz, MD
Bespreking
Victoria Overman heeft een voorgeschiedenis met terugkerende depressieve episoden, die gepaard gaan met meerdere episoden met een verhoogde energie en stemming, die voldoen aan de vereiste duur (> 4 dagen) voor hypomanie, maar niet worden gekenmerkt door voldoende symptomen om volledig aan de criteria voor een hypomanische episode te voldoen. Zij bevestigt dat zij tijdens deze episoden zowel een verhoogde stemming als een verhoogde energie heeft, maar heeft daarnaast slechts twee van de zeven symptomen van criterium B: gejaagd denken en een verhoogde doelgerichte activiteit. Zoals kenmerkend is voor mensen die onder de drempel blijven van een bipolaire-stemmingsstoornis, ervaart patiënte deze als egosyntoon en meldt ze deze kenmerken niet spontaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hypomanische episoden die onder de drempel blijven gemakkelijk worden gemist, tenzij de onderzoeker er zorgvuldig navraag naar doet.
Ook een depressieve stoornis zou in de differentiële diagnostiek op zijn plaats zijn. Patiënte kwam aanvankelijk met klassieke depressieve symptomen bij haar huisarts. Vanwege haar voorgeschiedenis met meerdere depressieve episoden en het feit dat ze niet spontaan over haar manische klachten heeft geklaagd, is haar huisarts er waarschijnlijk van uitgegaan dat ze een depressieve stoornis had en heeft hij SSRI’s voorgeschreven. De SSRI-medicatie werkte echter als een luxerende factor voor haar gemengde kenmerken met prikkelbaarheid, een angstige stemming, gejaagde gedachten en een verhoogde energie. Wanneer een patiënt met depressiviteit, zoals mevrouw Overman, na het gebruik van antidepressiva gemengde, manische of hypomanische kenmerken krijgt, dient een bipolaire-stemmingsstoornis te worden overwogen. De gemengde kenmerken bij patiënte tijdens het gebruik van SSRI’s zijn niet voldoende voor een classificatie van een bipolaire-stemmingsstoornis, maar moeten wel als waarschuwingssignaal worden opgevat. De familieanamnese met een bipolaire-stemmingsstoornis (in dit geval een broer van patiënte die met lithium is behandeld) maakt de kans dat zij een bipolaire-stemmingsstoornis heeft nog groter. Hoewel de meest voorkomende stemmingsstoornis bij eerstegraads familieleden van mensen met een bipolaire-stemmingsstoornis een depressieve stoornis is, wordt ook de kans op een bipolaire-stemmingsstoornis groter als er bipolaire-stemmingsstoornissen in de familie voorkomen.
Ondanks dat zij kenmerken van een bipolaire-stemmingsstoornis heeft, is het klinische beeld van patiënte gecompliceerd. Naast manische symptomen die onder de drempel bleven, heeft ze ook melding gemaakt van een voorgeschiedenis met instabiele relaties, emotionele instabiliteit, middelengebruik in het verleden en angst. Een bipolaire-stemmingsstoornis gaat vaak samen met een persoonlijkheidsstoornis — vooral met de borderline-persoonlijkheidsstoornis — en het kan lastig zijn om het verschil tussen beide te zien, aangezien ze veel klinische kenmerken gemeen hebben. Zo is er zowel bij een bipolaire-stemmingsstoornis als bij een borderline-persoonlijkheidsstoornis sprake van een verhoogde mate van impulsief gedrag, affectieve instabiliteit en prikkelbaarheid. In het geval van patiënte beperken de labiliteit en prikkelbaarheid zich ogenschijnlijk tot de stemmingsepisoden, wat erop wijst dat ze eerder secundair zijn aan een stemmingsstoornis dan een pervasief probleem met betrekking tot de affectregulatie. Het is echter niet onmogelijk dat de stemmingsstoornis en persoonlijkheidsstoornis comorbide zijn.
Zeker een derde van alle patiënten met een bipolaire-stemmingsstoornis heeft een comorbide angststoornis, en deze gaat weer gepaard met slechtere psychiatrische behandelresultaten. Een bipolaire-stemmingsstoornis wordt vaak onterecht geclassificeerd als een angststoornis, misschien vanwege de hoge mate van comorbiditeit. Op dezelfde wijze komen stoornissen in het gebruik van een middel en bipolaire-stemmingsstoornissen vaak tegelijk voor. Om de aanwezigheid van comorbiditeiten vast te stellen, is een nader onderzoek noodzakelijk. Het is zeer waarschijnlijk dat patiënte aan meer dan één psychiatrische stoornis lijdt.