Antwoorden

Antwoorden

1Veelgebruikte middelen die psychotische symptomen kunnen veroorzaken zijn cocaïne, amfetaminen, lsd (lysergeenzuurdi-ethylamide), paddo’s, cannabis, fencyclidine (PCP), alcohol, inhalantia, an­ti­parkin­son­mid­de­len, cor­ti­co­ste­ro­ï­den.

2Nee. Het maakt niet uit wat voor soort hallucinaties of wanen een patiënt heeft voor de vaststelling van een (op schizofrenie lijkende) psychotische stoornis door een middel/medicatie.

3In dat geval kan een clinicus doorgaans geen andere ernstige psychische ziekte detecteren en dient hij/zij een beroep te doen op externe bronnen, pa­ti­ën­ten­dos­siers en informanten, of te wachten totdat de door een middel/medicatie veroorzaakte toestand verdwenen is.

4De symptomen van criterium A voor schizofrenie zijn onder andere wanen, hallucinaties, ge­des­or­ga­ni­seerd spreken, ernstig afwijkend motorisch gedrag (zoals katatonie) en negatieve symptomen (zoals een verminderde emotionele expressie of ini­ti­a­tief­ver­lies). Minstens één van de volgende symptomen van criterium A moet gedurende minstens één maand aanwezig zijn: hallucinaties, wanen of ge­des­or­ga­ni­seerd spreken. Als de symptomen van criterium A voor schizofrenie slechts twintig dagen duren, is er sprake van een kortdurende psychotische stoornis.

5Criterium B voor schizofrenie vereist dat het niveau van functioneren in een of meer belangrijke gebieden (bijvoorbeeld werk, in­ter­per­soon­lij­ke relaties of zelfzorg) duidelijk onder het niveau van voor aanvang van de ziekte ligt.

6Geen enkel symptoom is specifiek voor schizofrenie. Andere criteria zijn ook vereist. De symptomen die in de vraag zijn vermeld kunnen ook optreden bij andere soorten psychoses, bijvoorbeeld tijdens een manische episode of door middelengebruik.

7Als er bij een aanhoudende psychotische stoornis nieuwe symptomen verschijnen die overeenkomen met een disruptieve stemming, dient een aantal stoornissen te worden overwogen. Zo moeten somatische en mid­del­ge­re­la­teer­de factoren in ogenschouw worden genomen. Ook de mogelijkheid dat de patiënt een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis heeft kan als klinische hypothese worden onderzocht.

8Ja. Volgens criterium C telt de duur van de prodromale en subklinische vorm van schizofrenie mee voor het zes­maan­den­cri­te­ri­um voor de vaststelling van schizofrenie.

9Het hebben van bizarre wanen op zich sluit een waanstoornis niet uit, maar deze wanen dienen geen significant effect te hebben op het functioneren, en het gedrag mag niet vreemd of bizar zijn.

10De twee duurcriteria die van essentieel belang zijn voor het vaststellen van een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis zijn: twee weken met symptomen van criterium A voor schizofrenie zonder stem­mings­stoor­nis, en meer dan 50% van de tijd met een stem­mings­stoor­nis (inclusief behandelde intervallen).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.