Overige vragen

Overige vragen

1Hoelang moeten de symptomen van respectievelijk de specifieke fobie, de sociale-angststoornis, de ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis, agorafobie en de se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis minimaal duren om in aanmerking te komen voor de betreffende classificatie?

2Rangschik de paniekstoornis, de specifieke fobie en de sociale-angststoornis op volgorde van beginleeftijd, van de jongste tot de oudste leeftijd.

3Welke twee kenmerken zijn vereist voor minstens enkele van de paniekaanvallen in de paniekstoornis?

4Wat is de kenmerkende duur van een paniekaanval, vanaf het begin van de symptomen tot het maximale niveau ervan?

5Waarvoor zijn mensen met een sociale-angststoornis vooral bang in sociale situaties?

6Van welke van de volgende aandoeningen is bezorgdheid de belangrijkste eigenschap: agorafobie, de ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis, de paniekstoornis of de sociale-angststoornis?

7Bij zowel de se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis als agorafobie kunnen mensen bang zijn om alleen te zijn. Zet de redenen voor het niet alleen willen zijn bij deze twee stoornissen tegenover elkaar.

8Noem een middel dat kan leiden tot een angststoornis door een middel/medicatie, ofwel tijdens de intoxicatie of de onttrekking.

9Wat is de relatie tussen de paniekstoornis en suïcidepogingen en -gedachten?

10Kunnen patiënten met een sociale-angststoornis tegelijkertijd ook andere DSM-5-stoornissen hebben?

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.