Vragen om te bespreken met collega’s en docenten
Vragen om te bespreken met collega’s en docenten
1Bespreek je altijd het seksuele functioneren, de seksuele activiteiten, het seksuele gedrag en de seksuele voorkeuren met je patiënten?
2Voel je je op je gemak wanneer je je patiënten vragen stelt over seksualiteit of seksuele gewoontes, voorkeuren en activiteiten? Ga je bepaalde vragen over de voorkeuren en gebruiken van de patiënt uit de weg? En als dat zo is, waarom?
3Welke vragen kun je je patiënten over hun seksuele functioneren stellen?
4Wat zijn je definities van seksueel functioneren en de beperkingen daarvan? Wat vind je van de veranderingen in de DSM-5, met name dat de classificaties tegenwoordig geheel genderspecifiek zijn?
5Als je eenmaal een seksuele disfunctie bij je patiënt hebt vastgesteld, onderzoek je dan ook andere aspecten van het seksuele functioneren van je patiënt om erachter te komen of er ook sprake is van andere seksuele disfuncties?
6Wat weet je van de effecten van andere psychische stoornissen, lichamelijke aandoeningen, en het gebruik van middelen en medicijnen op het seksuele functioneren?