Op een casus gebaseerde vragen
Op een casus gebaseerde vragen
A Mevrouw Gerritsen, een 35-jarige vrouw, meldt dat zij niet meer van seks kan genieten. ‘Ik heb eigenlijk al heel lang niet meer gevreeën, terwijl we vroeger bijna elke dag vreeën. We zijn drie jaar geleden getrouwd. Onderweg naar huis dacht ik toen al aan seks, maar dat heb ik nu helemaal niet meer. Ik denk er niet meer aan. Mijn man probeert wel om mij in de stemming te brengen, maar meestal draai ik me om en ga ik slapen. Een deel van het probleem is dat ik niks meer voel, daarbeneden. Vroeger vond ik het gevoel van penetratie erg prettig. We hebben wat geprobeerd met een vibrator om dat gevoel terug te krijgen, maar dat heeft niet geholpen.’ Ze zegt dat zij zich wel zorgen maakt dat zij de laatste tijd geen orgasme meer krijgt, omdat ‘dat toch nodig is om zwanger te worden en we wilden graag één of twee kinderen.’ Ze vertelt dat zij en haar man bang zijn hun huis kwijt te raken. ‘Hij heeft zijn ontslag gekregen. Inmiddels heeft hij weer nieuw werk, maar daarmee verdient hij niet genoeg om de hypotheek te kunnen betalen, of de rest van onze rekeningen. We hebben hier vaak ruzie over.’ Ze heeft naar eigen zeggen geen somatische aandoeningen of problemen. Ze gebruikt geen medicatie. Ze drinkt af en toe wijn, één of twee glazen bij het avondeten. Sinds haar 20ste rookt ze sigaretten, ongeveer een pakje per dag. Ze zegt dat ze geen drugs gebruikt.
Aan welke classificatie moet er op grond van deze informatie worden gedacht? Zou het gebruik van middelen het seksuele functioneren van mevrouw Gerritsen kunnen hebben beïnvloed? Mevrouw Gerritsen voldoet aan de classificatiecriteria voor de seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw: ze heeft geen belangstelling meer voor seks, reageert niet op seksuele avances van haar man en heeft geen genitale gevoelens tijdens de gemeenschap. De precieze duur van de disfunctie is niet bekend, maar de disfunctie is in elk geval wel aanhoudend aanwezig. Waarschijnlijk heeft zij recent ook een orgasmestoornis ontwikkeld, mogelijk als gevolg van haar gebrek aan seksuele belangstelling/opwinding. Ze is redelijk gezond en gebruikt geen drugs of medicijnen. De één of twee glazen wijn kunnen haar seksuele problemen niet verklaren en zij rookte al heel lang voordat zij seksuele disfuncties kreeg.
B Mevrouw Gerritsen zegt dat zij ongeveer een maand geleden somber werd ‘omdat ik er erg veel moeite mee heb dat ik niet meer van seks kan genieten en niet meer intiem kan zijn met mijn man. Ik vond seks vroeger echt heerlijk.’ Ze vertelt ook dat zij de laatste tijd pijn ervaart wanneer haar man met haar wil vrijen.
Is aan de bovenstaande overweging nog een classificatie toe te voegen op basis van het feit dat patiënte pijn ervaart bij de gemeenschap? Afgezien van de al aanwezige complexe seksuele problemen, ontwikkelt mevrouw Gerritsen mogelijk ook seksuele pijn (een genitopelvienepijn-/penetratiestoornis) en een depressieve-stemmingsstoornis. Haar casus toont dat verschillende seksuele disfuncties vaak tegelijk optreden of dat de ene disfunctie een gevolg kan zijn van de andere. Hieruit blijkt ook dat psychische factoren die het gevolg zijn van problemen in het seksuele functioneren, een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van andere seksuele disfuncties en psychiatrische symptomen (zoals een depressieve-stemmingsstoornis).