Antwoorden

Antwoorden

1Bij de acute stressstoornis houden de symptomen na blootstelling aan de psy­cho­trau­ma­ti­sche gebeurtenis drie dagen tot één maand aan.

2Bij PTSS houden de symptomen na blootstelling aan de psy­cho­trau­ma­ti­sche gebeurtenis langer dan één maand aan.

3Niet waar. De acute stressstoornis en PTSS komen vaker voor bij vrouwen.

4Wanneer de symptomen korter aanhouden dan zes maanden spreekt men van een acute aan­pas­sings­stoor­nis. Duren de symptomen zes maanden of langer, dan wordt dit een persisterende of chronische aan­pas­sings­stoor­nis genoemd.

5Om aan de criteria voor de acute stressstoornis te voldoen dienen er negen of meer symptomen aanwezig te zijn uit de vijf categorieën.

6Bij PTSS zijn één of meer intrusieve symptomen vereist.

7Bij PTSS bij volwassenen en kinderen van 7 jaar of ouder zijn één of meer ver­mij­dings­symp­to­men vereist.

8Bij PTSS bij volwassenen zijn één of meer symptomen van negatieve veranderingen in cognities en stemming vereist.

9Bij PTSS zijn twee of meer symptomen van arousal en reactiviteit vereist.

10Tot 50% procent van de mensen die door een zie­ken­huis­psy­chi­a­ter worden gezien, wordt ge­di­a­gnos­ti­ceerd met een aan­pas­sings­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.