Op een casus gebaseerde vragen
Op een casus gebaseerde vragen
A Agnes Rekels, een 38-jarige vrouw met hiv, vertelt dat ze sinds de middelbare school alcohol en cocaïne gebruikt ‘om met stress om te gaan’. Ze zegt dat ze ‘de hele tijd gestrest is’ en ‘altijd schrikachtig is’. Van haar 5de tot haar 9de jaar heeft een oom die bij haar moeder kwam wonen haar seksueel misbruikt. Zij meldt dat ze nachtmerries heeft over het misbruik en moeite heeft om anderen te vertrouwen. Mevrouw Rekels komt vaak niet opdagen voor haar medische afspraken, omdat ze niet graag in een wachtkamer zit met ‘mensen die ik niet ken’. Als ze in de wachtkamer moet wachten, gaat haar hart tekeer, heeft ze zweethanden en heeft ze moeite met ademhalen. Ze stelt dat dit gebeurt als ze in een afgesloten ruimte is en in de buurt van mensen die ze niet kent. Ze maakt zich zorgen over haar hiv-infectie en durft geen relatie aan te gaan, omdat ze niet wil dat ze het virus doorgeeft aan iemand anders. Daarom vermijdt ze het gezelschap van anderen en vindt ze het moeilijk om haar huis te verlaten. Ze voelt zich hopeloos en ‘down’ over haar situatie.
Welke stoornis(sen) zou(den) in het licht van de stressoren die zij heeft meegemaakt het best passen bij de symptomen en gedragingen die mevrouw Rekels beschreef? Agnes Rekels heeft mogelijk PTSS in verband met het seksueel misbruik in haar jeugd en een aanpassingsstoornis met gemengd angstige en sombere stemming in verband met haar hiv-infectie.
Mevrouw Rekels zegt dat ze alcohol en cocaïne gebruikt om haar stress te kunnen hanteren. Waarom is het belangrijk om de klachten en verschijnselen van mevrouw Rekels’ ‘stress’ en de oorzaken ervan te achterhalen? Mevrouw Rekels moet rechtstreeks worden gevraagd wat ze precies met stress bedoelt, en of ze haar klachten in detail wil beschrijven. Deze vragen zijn nodig voor een goed begrip van de duur van haar symptomen en de bijbehorende stressoren die haar symptomen doen verergeren, en zijn ook van belang voor het stellen van een adequate diagnose.
B Mevrouw Rekels’ CD4 T-helpercellen beginnen te dalen, en haar viral load neemt toe. Ze is in het ziekenhuis opgenomen geweest met een longontsteking. Eenmaal gestabiliseerd en ontslagen uit het ziekenhuis, begint ze meer alcohol en cocaïne te gebruiken in een poging om te gaan met de angst die door haar ziekenhuisopname is opgeroepen. Haar panieksymptomen verdwijnen nadat ze een therapie is gestart die zich richt op het seksueel misbruik in haar jeugd, en daardoor is ze weer in staat om naar haar doktersafspraken te gaan. Nadat ze met haar arts gesproken heeft en meer begrijpt van haar hiv-infectie, meldt ze zich aan voor een detoxicatieprogramma. Ze komt in aanraking met een organisatie voor vrouwen met hiv en sluit zich aan bij een steungroep om haar isolement te verminderen.
Hoe zou je, gezien het feit dat het gelijktijdig optreden van psychiatrische symptomen en een somatische ziekte het beloop van beide kan veranderen, de behandeling van mevrouw Rekels starten? Het missen van doktersafspraken die bedoeld zijn om haar hiv te behandelen heeft mevrouw Rekels’ gezondheid geschaad. Haar panieksymptomen waren een respons op haar herinneringen aan het seksueel misbruik (i.e., in een afgesloten ruimte zijn met mensen die ze niet kent, herinnert haar aan haar relatie met haar oom). Deze casus is een illustratie van de complexiteit van de combinatie seksueel misbruik in de kindertijd en een comorbide somatische aandoening. Het kan moeilijk zijn om erachter te komen wat het antecedent is van een bepaalde stressreactie. Een zorgvuldige beoordeling van de voorgeschiedenis van de symptomen, waarbij ook de duur en de omgevingssignalen die een stressreactie oproepen onderzocht worden, is noodzakelijk voor een effectieve behandeling.