Tabel 20-1 geeft een overzicht van de diagnostische richtlijnen die in dit hoofdstuk over neurocognitieve stoornissen door de ziekte van Alzheimer, met lewylichaampjes, door vasculaire ziekte en door traumatisch hersenletsel zijn beschreven. Cognitieve disfunctie is een gemeenschappelijk kenmerk van al deze neurocognitieve stoornissen. Uitgebreide en beperkte neurocognitieve stoornissen kunnen van elkaar worden onderscheiden door de ernst van de cognitieve disfuncties en de beperkingen in het functioneren. Bij een uitgebreide NCS dienen mensen beperkingen in het functioneren te hebben, gedefinieerd als een behoefte aan hulp bij het dagelijkse functioneren. Zelfstandigheid in het dagelijkse functioneren wordt gekenmerkt door het vermogen om instrumentele activiteiten van het dagelijks leven zonder hulp uit te voeren, zoals het beheer van de financiën, het innemen van medicijnen, het bereiden van maaltijden en het regelen van vervoer. Bij degeneratieve aandoeningen, waarbij er geen duidelijke gebeurtenis als een hoofdletsel aan te wijzen is, dient de clinicus te verduidelijken of het gaat om een waarschijnlijke dan wel een mogelijke oorzaak, en deze criteria variëren van syndroom tot syndroom (zie tabel 20-1). De clinicus moet ook aangeven of er sprake is van gedragsstoornissen. Bij een beperkte of uitgebreide NCS door traumatisch hersenletsel is het van belang om de aard van het letsel en de duur van de bewusteloosheid of de posttraumatische amnesie vast te stellen. Het gaat dan zowel om de periode dat iemand in coma is geweest direct na het oplopen van het traumatisch hersenletsel als om de periode nadat hij weer bij bewustzijn is gekomen. Dit kan worden beoordeeld door de patiënt de vraag te stellen wat het eerste is dat hij of zij zich van na het ongeval herinnert.
TABEL 20-1
Samenvatting van de diagnostische richtlijnen voor geselecteerde neurocognitieve stoornissen
1Cognitieve beperkingen interfereren met de zelfstandigheid in de dagelijkse activiteiten.
2Cognitieve testresultaten liggen meestal op of onder het 3de percentiel.
1Cognitieve beperkingen interfereren niet met de zelfstandigheid in de dagelijkse activiteiten.
2Cognitieve testresultaten liggen meestal tussen het 3de en 16de percentiel.
Symptomen Sluipend begin en geleidelijke progressie van beperkingen in één of meer cognitieve domeinen. Stoornis wordt niet beter verklaard door een ander proces.
Waarschijnlijk door de ziekte van Alzheimer Genetische mutatie
Of alle volgende:
1Achteruitgang van het geheugen, het leervermogen en in ten minste één ander cognitief domein
2Progressieve en geleidelijke achteruitgang
3Geen bewijs van gemengde etiologie
Zo niet: mogelijk door de ziekte van Alzheimer
Mogelijk door de ziekte van Alzheimer Alle volgende:
1Achteruitgang van het geheugen en het leervermogen
2Progressieve, geleidelijke achteruitgang
Waarschijnlijk met lewylichaampjes Twee hoofdkenmerken, of minstens één hoofden één suggestief kenmerk
Mogelijk met lewylichaampjes Eén hoofdkenmerk of minstens één suggestief kenmerk
Symptomen Klinische kenmerken van vasculaire etiologie, blijkend uit ofwel (1) of (2):
1Prominente achteruitgang van de complexe aandacht, verwerkingssnelheid en het executieve functioneren.
2Begin van cognitieve beperkingen hangt temporeel samen met één of meer cerebrovasculaire accidenten. Bewijs van cerebrovasculaire ziekte.
Stoornis wordt niet beter verklaard door een ander proces.
NCS door waarschijnlijke vasculaire ziekte. Eén van de volgende is aanwezig:
1Aanwijzingen uit beeldvormend onderzoek voor cerebrovasculaire ziekte
2Begin van de cognitieve beperkingen hangt samen met een of meer cerebrovasculaire accidenten
3Genetisch en klinisch bewijs
NCS door mogelijke vasculaire ziekte Aan de klinische criteria wordt voldaan, maar beeldvormend onderzoek is niet beschikbaar en er is geen temporele relatie vastgesteld met één of meer cerebrovasculaire accidenten.
Symptomen Bewijs van traumatisch hersenletsel (ten minste één van de volgende):
1Verlies van bewustzijn
2Posttraumatische amnesie
3Desoriëntatie en verwardheid
4Neurologische symptomen
Aanvang is onmiddellijk na het traumatisch hersenletsel of na het bij bewustzijn komen, en beperkingen houden aan na de acute periode volgend op het letsel.
Geen specificatie van ‘waarschijnlijk’ of ‘mogelijk’, omdat de etiologie duidelijk kan worden vastgesteld.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.