Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

Afgezien van de overlap tussen de ont­trek­kings­symp­to­men van tabak en de ont­trek­kings­symp­to­men van andere middelen en psychiatrische symptomen, is de diagnose van ta­bak­ge­re­la­teer­de stoornissen vrij eenvoudig. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, vertonen ook adolescenten vaak ont­trek­kings­symp­to­men, zelfs zonder een voor­ge­schie­de­nis van langdurig gebruik. Er kan dus niet gezegd worden dat ont­trek­kings­klach­ten zich beperken tot langdurig tabaksgebruik. Niet-dagelijks gebruik, zoals bij 20% van de rokers in de Verenigde Staten, gaat zelden samen met fysiologische afhankelijkheid en meestal niet met een stoornis in tabaksgebruik. Een on­ge­spe­ci­fi­ceer­de ta­bak­ge­re­la­teer­de stoornis kan worden vastgesteld wanneer iemand zich presenteert met klachten die kenmerkend zijn voor een ta­bak­ge­re­la­teer­de stoornis en die aanzienlijke lijdensdruk of beperkingen in het functioneren veroorzaken, maar die niet volledig aan de criteria voor een specifieke ta­bak­ge­re­la­teer­de stoornis voldoen.

Bij rokers komen veel comorbide psychiatrische stoornissen voor, waarvan de symptomen kunnen lijken op die van onttrekking. Elk diagnostisch onderzoek bij ta­baks­ge­brui­kers moet dus een beoordeling inhouden van huidige psychiatrische stoornissen en stoornissen in het verleden. Veel rokers bijvoorbeeld verwarren hun ont­trek­kings­klach­ten met die van angst of depressiviteit, maar tegelijkertijd maken de klachten van angst en depressiviteit het minder waarschijnlijk dat mensen proberen te stoppen met roken of meer waarschijnlijk dat ze terugvallen als ze dat wel doen. Belangrijk is om de temporele relatie tussen de symptomen en het stoppen met roken (ook al was dit slechts enkele uren eerder) en de ernst van de ont­trek­kings­klach­ten te onderzoeken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.