Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

De symptomen van ta­baks­ont­trek­king overlappen met die van de ont­trek­kings­syn­dro­men van andere middelen (bijvoorbeeld van alcohol of cafeïne); cafeïne-intoxicatie; angst­stoor­nis­sen, zoals een paniekstoornis of een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis; depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen; bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen; slaap­stoor­nis­sen; en acathisie door medicatie. Vrijwillig stoppen met roken of opname op een rookvrije afdeling van het ziekenhuis kan ont­trek­kings­symp­to­men opwekken, die kunnen lijken op de symptomen van andere stoornissen of op de bijwerkingen van psychiatrische geneesmiddelen, of deze kunnen intensiveren of verhullen. Bijvoorbeeld: prikkelbaarheid waarvan wordt gedacht dat die het gevolg is van al­co­ho­lont­trek­king kan het gevolg zijn van ta­baks­ont­trek­king.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.