Antwoorden
Antwoorden
1Uit beeldvormend onderzoek van de hersenen is naar voren gekomen dat dissociatieve symptomen bij PTSS een verhoogde frontale en geremde limbische activiteit omvatten.
2Hypnotische en dissociatieve psychische toestanden lijken sterk op elkaar.
3Tijdens een diagnostisch onderzoek zou het optreden van een dissociatieve wisseling de classificatie dissociatieve identiteitsstoornis bevestigen.
4Mensen met een dissociatieve identiteitsstoornis kunnen geheugenverlies ervaren voor alledaagse of psychotraumatische gebeurtenissen.
5Depersonalisatie betreft de psychologische ervaring van het gevoel vervreemd te zijn van zichzelf of van het eigen lichaam.
6Derealisatie betreft de psychologische ervaring van het gevoel vervreemd te zijn van de omgeving.
7Dissociatieve fugue houdt een verward dwalen in dat samenhangt met dissociatieve amnesie.
8Mensen met een dissociatieve identiteitsstoornis hebben vaak een voorgeschiedenis van fysieke mishandeling of seksueel misbruik.
9Dissociatieve symptomen en stoornissen in het gebruik van een middel kunnen comorbide optreden als de dissociatieve symptomen niet beter kunnen worden verklaard door het middelengebruik.
10Ja. Auditieve hallucinaties kunnen een symptoom zijn van de dissociatieve identiteitsstoornis.