Seksuele disfuncties

Seksuele disfuncties zijn relatief veelvoorkomende beperkingen van het seksuele functioneren. De prevalentie van seksuele disfuncties verschilt per cultuur en wereldregio — de hoogste prevalentie van diverse seksuele disfuncties is aangetroffen in Oost- en Zuidoost-Azië.

Om de classificatie van seksuele disfuncties nauwkeuriger te maken en over­clas­si­fi­ca­tie tegen te gaan, wordt in de DSM-5-criteria een minimale duur van zes maanden vereist, zijn nadere specificaties van de ernst opgenomen (lichte, matige en ernstige lijdensdruk) evenals specifiekere subtypen (levenslang versus verworven) en specificaties (situationeel versus gegeneraliseerd). Clinici kunnen bij de overweging van de differentiële diagnostiek van deze stoornissen ook denken aan in­ter­per­soon­lij­ke factoren, partner- en relatiefactoren, culturele en religieuze factoren, en factoren van individuele kwetsbaarheid. Deze specificaties ver­ge­mak­ke­lij­ken het onderscheid tussen werkelijke seksuele disfuncties en tijdelijke beperkingen van het seksuele functioneren die waarschijnlijk met allerlei in­ter­per­soon­lij­ke problemen en stressoren te maken hebben. Voor de classificatie van een seksuele disfunctie moet de beperking van het seksuele functioneren ook lijdensdruk in de in­ter­per­soon­lij­ke relaties veroorzaken en mogelijk ook op andere terreinen van het functioneren. Alle clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria leunen op het klinisch oordeel van de clinicus. De diagnostiek van seksuele disfuncties is niet meer uitsluitend gebaseerd op de zogenoemde seksuele-responscyclus en is tegenwoordig genderspecifiek. Seksuele disfuncties moeten altijd worden onderzocht en dienen te worden ge­di­a­gnos­ti­ceerd in een brede context van psychische stoornissen, mid­de­len­mis­bruik, somatische ziektes, gebruik van medicatie, individuele kwetsbaarheid, part­ner­pro­ble­men, stress, religieuze en culturele kwesties en in­ter­per­soon­lij­ke factoren. Onvoldoende stimulatie en discrepantie tussen de seksuele behoeften van de partners moeten altijd in de diagnostiek worden meegenomen.

In de DSM-5 zijn twee nieuwe classificaties geïntroduceerd — de seksuele-interesse-/op­win­dings­stoor­nis bij de vrouw en de ge­ni­to­pel­viene­pijn-/pe­ne­tra­tie­stoor­nis. De seksuele-aversiestoornis is niet meer als afzonderlijke classificatie opgenomen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.