De heer Burggraaf, 50 jaar oud, klaagt tegen zijn psychotherapeut over ‘nervositeit’, waarop de therapeut zegt: ‘Mensen bedoelen soms verschillende dingen als ze die term gebruiken. Vertelt u mij eens meer over uw ervaringen.’ Patiënten met een gegeneraliseerde-angststoornis beschrijven vaak een wisselende mate van bezorgdheid. De therapeut vraagt: ‘Kunt u een specifiek voorbeeld geven van iets waarover u zich zorgen heeft gemaakt, bijvoorbeeld: waarover heeft u vanmorgen gepiekerd?’ De patiënt geeft dan enkele voorbeelden van dagelijkse beslommeringen op verschillende terreinen van het leven, waarbij hij het risico op een negatieve uitkomst overdrijft. De therapeut stelt meer vragen om uit te sluiten dat het piekeren niet te maken heeft met paniekaanvallen; sociale angst; een obsessie; scheiding van een naaste; lichaamsbeeld of gewicht; lichamelijke klachten, ziekte of afwijkingen; een trauma uit het verleden; of andere oorzaken. De therapeut dient te bepalen of deze bezorgdheid het karakter van een waan heeft, of in verband staat met andere stoornissen, zoals een stemmingsstoornis. Ook vraagt zij: ‘Welke invloed heeft het piekeren op uw leven? Zorgt het ervoor dat u op een bepaalde manier gaat leven?’ De heer Burggraaf ontkent desgevraagd gedachten te hebben aan, of intenties en/of plannen te hebben om zichzelf of iemand anders van het leven te beroven. Hij gebruikt geen alcohol of andere middelen en neemt geen medicijnen die angst kunnen veroorzaken. Zijn huisarts heeft geen somatische aandoeningen gevonden.
De therapeut heeft snel vastgesteld dat de heer Burggraaf specifieker moet zijn in het rapporteren van de symptomen en neemt niet zonder meer aan te weten wat de patiënt bedoelt met de term ‘nervositeit’. Zij gebruikt open vragen om de manier waarop hij de klachten ervaart te achterhalen en stelt vervolgens meer gerichte vragen om specifieke voorbeelden te horen van bijvoorbeeld gebeurtenissen eerder die dag. Het vragen naar specifieke voorbeelden van bezorgdheid helpt haar om te bepalen of de symptomen voldoen aan de criteria. Ook sluit ze systematisch andere angststoornissen, stemmingsstoornissen, psychotische stoornissen en andere aandoeningen uit als oorzaak van de symptomen (bijvoorbeeld een angststoornis door een middel/medicatie of een angststoornis door een somatische aandoening). Ze controleert ook of de heer Burggraaf gedachten heeft aan, of intenties en/of plannen heeft om zichzelf of iemand anders van het leven te beroven. Ten slotte stelt zij een zeer open en niet-veroordelende vraag om na te gaan hoe het leven van de patiënt wordt beïnvloed door de bezorgdheid en onderzoekt ze of de patiënt zich abnormaal gedraagt als reactie op de bange voorgevoelens. Verwijzing naar een psychiater moet worden overwogen.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.