Acute dystonie door medicatie

Medication-induced acute dystonia

G24.0

Het essentiële kenmerk van acute dystonie door medicatie is een aanhoudende abnormale lichaamshouding en spier­con­trac­ties (verhoogde spiertonus) die zich ontwikkelen in samenhang met het gebruik van medicatie waarvan bekend is dat die acute dystonie kan veroorzaken. Alle geneesmiddelen die dopamine D2-achtige receptoren blokkeren, kunnen een acute dystone reactie (ADR) opwekken. Een ADR treedt het vaakst op na blootstelling aan antipsychotica en anti-emetische en de motiliteit bevorderende middelen. Ook zijn er diverse andere klassen van middelen waarvan is gerapporteerd dat deze ADR’s hebben geïnduceerd, waaronder SSRI’s, cho­li­nes­ter­a­serem­mers, opioïden en methylfenidaat.

Dystone reacties kunnen qua ernst en locatie erg uiteenlopen en kunnen gelokaliseerd, gesegmenteerd of gegeneraliseerd optreden. Meestal betreffen ze de hoofden halsspieren, maar ze kunnen zich uitbreiden naar de romp en de bovenste en onderste ledematen. Een veelvoorkomend beeld is een acute oromandibulaire (kaak)dystonie, waarbij de tong en de mond zijn betrokken, met protrusie van de tong, of openstaande mond of grimasseren, wat de spraak (dysartrie) en het slikken (dysfagie) kan bemoeilijken en tot trismus (kaakklem) kan leiden. Bij betrokkenheid van de oogspieren (oculogyrische crisis) is sprake van onwillekeurige, geforceerde en langdurige geconjugeerde oogafwijkingen naar boven, naar beneden of naar opzij, die minuten tot uren kunnen duren. Ook kan blefarospasme (ooglidkramp) optreden. Cervicale (hals)dystonie uit zich als een afwijkende positie van het hoofd en de hals ten opzichte van het lichaam, naar voren, naar achteren, opzij of draaiend (respectievelijk anterocollis, retrocollis, laterocollis en torticollis). Focale dystonie van een ledemaat, die doorgaans meer distaal dan proximaal is, het ‘pisasyndroom’ (zijwaartse houding van de romp met de neiging om naar opzij te leunen) en kromming van de rug die kan uitmonden in opisthotonos (dorsale flexie van het hoofd, de hals en de wervelkolom), kunnen eveneens optreden. Acute laryngeale dystonie is le­vens­be­drei­gend, leidt tot lucht­we­g­ob­struc­tie en uit zich als ‘naar de keel grijpen’, stridor, dysfonie, dysfagie, dyspneu en respiratoire insufficiëntie door de effecten van de medicatie op de stembanden en de spieren van de larynx.

Minstens 50% van de betrokkenen ontwikkelt klachten of verschijnselen van bijwerkingen (ADR’s) binnen 24 tot 48 uur na het starten met antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten, of het in hoog tempo verhogen van de dosis daarvan, of na het verlagen van de dosis van een geneesmiddel dat wordt gebruikt om acute extrapiramidale klachten te behandelen of te voorkomen (bijvoorbeeld middelen met anticholinerge werking). Bij ongeveer 90% van de personen die hierdoor worden getroffen, beginnen de bijwerkingen (ADR’s) binnen vijf dagen. De symptomen mogen niet beter te verklaren zijn door een psychische stoornis (bijvoorbeeld katatonie) en mogen niet door een onafhankelijke neurologische of andere somatische aandoening of door een tardieve medicatie-geïnduceerde be­we­gings­stoor­nis zijn veroorzaakt.

Bijwerkingen door medicatie (ADR’s) gaan vaak met angst en vrees gepaard, omdat de betrokkene geen controle heeft over de bewegingen en deze niet kan stoppen, en soms moeite kan ondervinden met ademen, spreken of slikken. Sommige mensen ervaren pijn of krampen in de aangedane spieren. Mensen die zich niet bewust zijn van het feit dat zij medicatie-geïnduceerde dystonie kunnen ontwikkelen, kunnen zich bijzonder ontredderd voelen, wat vervolgens de kans op me­di­ca­tie­on­trouw verhoogt. Formele denkstoornissen, wanen of maniërismen bij mensen met een psychose kunnen bij de betrokkene zelf of bij anderen onterecht worden aangezien voor symptomen van dystonie horend bij die psychische stoornis, wat kan leiden tot het verhogen van de medicatie die dit heeft veroorzaakt. Het risico op het ontwikkelen van bijwerkingen (ADR’s) is het hoogst bij kinderen en bij volwassenen jonger dan 40 jaar met een psychose, waarbij de incidentie bij mannen en jongens hoger is dan bij vrouwen en meisjes. Andere risicofactoren voor het ontwikkelen van bijwerkingen (ADR’s) zijn onder andere: eerdere dystone reacties op antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten, en het gebruik van eer­ste­ge­ne­ra­tie­an­ti­psy­cho­ti­ca met een hoge potentie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.